Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › AFDELING I › Paragraaf 3

Artikel 9

Passendheid: relatie huur- inkomen

Onderdeel van Regionale huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2010

1.. Huurwoningen worden zoveel mogelijk met voorrang toegewezen aan huishoudens met een inkomen als bedoeld in artikel 8, tweede lid van het besluit. 2.. Het inkomen van het huishouden staat in een redelijke verhouding tot de huur- of koopprijs van de woonruimte zoals geformuleerd in bijlage twee. De volgende rekenregels zijn van toepassing: woonruimten met een rekenhuur tot de eerste aftoppingsgrens zijn passend voor huishoudens bestaande uit één of twee personen met een zodanig inkomen dat zij een beroep kunnen doen op een huurtoeslag; woonruimten met een rekenhuur tot de tweede aftoppingsgrens zijn passend voor huishoudens bestaande uit drie of meer personen met een zodanig inkomen dat zij een beroep kunnen doen op een huurtoeslag. 3.. In afwijking van het gestelde in het tweede lid geldt voor de gemeente Amsterdam dat huurwoningen met een rekenhuur tot 64% van de rekenhuur genoemd in artikel 13, eerste lid onder a en e van de Wet op de huurtoeslag slechts worden toegewezen aan huishoudens met een inkomen tot 130% van het inkomen genoemd in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder b van de Wet op de huurtoeslag (afgerond op tien euro). 4.. Burgemeester en wethouders kunnen indien de toestand op de woningmarkt daarvoor aanleiding is andere inkomenscriteria vaststellen dan die worden genoemd in het tweede en derde lid. 5.. Burgemeester en wethouders informeren het dagelijks bestuur binnen één maand na vaststelling van afwijkende inkomenscriteria genoemd in het derde lid over die afwijkende criteria.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel