Er is sprake van hoofdverblijf als bedoeld in art. 3.2.7 lid 1 sub d en lid 2 sub a van de Huisvestingsverordening Leusden 2025 wanneer:
Het kind het hoofdverblijf heeft bij die ouder waar het kind in de BRP is of ingeschreven gaat worden. Dit moet blijken uit een ouderschapsplan, notariële akte of een ander door een onafhankelijke partij opgesteld en door beide partijen ondertekend document.