**1..** Leerlingen komen in aanmerking voor aangepast vervoer als aan de voorwaarden zoals opgenomen in de verordening wordt voldaan. Daarbij hanteert het college de volgende nadere uitwerking:
In aanmerking komen leerlingen die met het openbaar vervoer meer dan 60 minuten enkele reis onderweg zijn en aangepast vervoer de reistijd met minstens 50% kan reduceren; of
In aanmerking komen leerlingen waarbij met de begeleiding van de leerling door ouders in totaal meer dan vier uur per dag gemoeid is en professionele begeleiding niet mogelijk is; of
In aanmerking komen leerlingen waarvoor openbaar vervoer tussen de woning en de school ontbreekt en die geen gebruik kan maken van eigen vervoer; of
In aanmerking komen leerlingen die, gelet op hun beperking, niet in staat zijn om gebruik te maken van openbaar vervoer, de fiets, of eigen vervoer, ook niet met begeleiding of ondersteuning vanuit (het netwerk van) ouders mits dit redelijkerwijs van hen verwacht kan worden.
**2..** Het college kan van de eisen uit lid 1 afwijken als:
Het een éénoudergezin betreft en de ouder een ander kind/andere kinderen uit het gezin tegelijkertijd naar een andere school moet brengen. Daarbij moet de ouder het aannemelijk maken dat:
Hij hierdoor niet in staat is de betreffende leerling naar school te begeleiden, door bijvoorbeeld het vervoer voor de andere kinderen te combineren of gebruik te maken van een buitenschoolse opvang (BSO);
Een andere oplossing (bijvoorbeeld het inschakelen van buren of familie) niet mogelijk is.
Het een éénoudergezin betreft en de ouder niet langer zijn werk kan uitoefenen als hij zorg moet dragen voor de begeleiding naar school van de betreffende leerling. Hiervoor dient een werkgeversverklaring te worden overlegd waaruit per werkdag blijkt, dat het vanwege de werktijden niet mogelijk is om in de begeleiding te voorzien;
Het een éénoudergezin betreft en de ouder vanwege structurele medische of psychische belemmeringen de leerling niet kan begeleiden. Dit moet worden vastgesteld door een medisch of psychologisch deskundige niet zijnde de eigen huisarts;
Het geen éénoudergezin betreft en er bij beide ouders sprake is van structurele medische of psychische belemmeringen, waardoor zij de betreffende leerling niet naar school kunnen brengen. Dit moet worden vastgesteld door een medisch of psychologisch deskundige niet zijnde de eigen huisarts;
Er aantoonbaar meerdere kinderen in het gezin aanwezig zijn met een beperking, waardoor de ouder(s) niet in staat is/zijn om de betreffende leerling naar school te brengen;
De leerling in een zorginstelling woont;
De reisduur van de leerling meer dan twee uur per dag in beslag neemt.
**3..** Verder wordt de ouders gevraagd middels een verklaring aannemelijk te maken wat zij hebben ondernomen om de begeleiding van de betreffende leerling te organiseren en waarom dit niet lukt. Daarbij wordt ook gekeken naar begeleidingsmogelijkheden van mensen uit het sociale netwerk van de ouders.
HOOFDSTUK 4:
Artikel 4.3
Toelatingseisen voor aangepast vervoer
Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer Leidschendam-Voorburg 2026