Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4:

Artikel 4.6

Individueel aangepast vervoer

Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer Leidschendam-Voorburg 2026

Door verschillende omstandigheden kan het voorkomen dat een leerling niet met collectief aangepast vervoer kan reizen. In deze situaties gelden de volgende regels: Leerlingen die door de aard van hun (medische) beperking niet met andere leerlingen kunnen worden vervoerd, kunnen in aanmerking komen voor individueel aangepast vervoer als: Kleinschalig gecombineerd vervoer geen uitkomst biedt; Wanneer begeleiding in het aangepast vervoer ook geen oplossing biedt; en Andere constructies, zoals de leerling als laatste ophalen en als eerste thuisbrengen (LIFO), geen uitkomst bieden. In een aantal situaties bieden bovenstaande opties voor de leerlingen in het gecombineerde vervoer voldoende om te voorkomen dat individueel vervoer wordt ingezet. Dit moet altijd onderzocht worden, voordat individueel vervoer wordt ingezet. Dit moet worden onderbouwd met een medische rapportage. Als er twijfel bestaat over de (medische) noodzaak kan het college een onafhankelijk onderzoek aanvragen, bijvoorbeeld bij een medisch specialist. Individueel aangepast vervoer is niet mogelijk voor incidentele latere aanvangstijden of een vroegtijdige beëindiging van de lessen. Dit valt onder de verantwoordelijkheid van de ouders. Individueel aangepast vervoer is wél mogelijk als de leerling door diens beperking structureel slechts een deel van het schoolprogramma kan volgen. Dit betekent echter niet dat de leerling automatisch aanspraak kan maken op individueel aangepast vervoer; groepsvervoer op afwijkende tijden behoort bijvoorbeeld ook tot de mogelijkheden (conform artikel 4.4, derde lid, van deze beleidsregels). De noodzaak voor individueel aangepast vervoer dient dan ook onderbouwd te zijn door de school en wordt periodiek geëvalueerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel