Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5:

Artikel 5.1

Bekostiging andere passende vervoersvoorziening

Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer Leidschendam-Voorburg 2026

1.. Het college kan, op basis van artikel 11 in de verordening, ouders in het aanvraagproces een aanbieding doen voor een elektrische fiets of een andere voorziening voor zelfstandig reizen. 2.. Als het college een aanbieding doet voor een elektrische fiets, gelden de volgende uitgangspunten: De vergoeding wordt uitsluitend verstrekt voor het leasen van een elektrische fiets, voor een periode van maximaal 36 aaneengesloten kalendermaanden; De door de gemeente vergoede kosten bedragen maximaal € 100 per kalendermaand en dus nooit meer dan € 3.600 voor de gehele periode van 36 aaneengesloten kalendermaanden; De vergoeding wordt alleen verstrekt nadat ouders een met een leasemaatschappij afgesloten overeenkomst overleggen. De vergoeding wordt jaarlijks uitgekeerd door het college; Ouders zijn verantwoordelijk voor het nakomen van de verplichtingen die voortkomen uit de overeenkomst zoals bedoeld in sub c van dit lid, alsook eventuele kosten die voortkomen uit het niet naleven van deze verplichtingen; Ouders zijn tevens verantwoordelijk voor de kosten voor verzekering, vervanging en eventueel ouderhoud aan op de fiets geplaatste accessoires, aanpassingen, enzovoorts; Bij voortijdige beëindiging van de overeenkomst zoals bedoeld in sub c van dit lid, betalen ouders de teveel ontvangen vergoeding terug aan het college; Het college kan ouders een eenmalige compensatie van maximaal € 500 toekennen als ouders na afloop van de looptijd van de overeenkomst zoals bedoeld in sub c de elektrische fiets overnemen van de leasemaatschappij. Ouders moeten daartoe het betalingsbewijs overleggen. Ouders zijn na overname verantwoordelijk voor onderhoud, reparatie, vervanging bij diefstal, verzekering en eventueel andere bijkomende kosten die samenhangen met het gebruik van de elektrische fiets. 3.. Als het college een alternatieve vervoersvoorziening toekent, maken de ouders gedurende de looptijd van de alternatieve voorziening geen aanspraak op een andere vervoersvoorziening voor de betreffende leerling, tenzij er wijzigingen zijn in de (medische) situatie die aanleiding geven om de vervoersvraag opnieuw te onderzoeken. 4.. Als ouders voor één of meer leerlingen een alternatieve vervoersvoorziening toegewezen hebben gekregen, wordt een alternatieve vervoersvoorziening voor elke volgende leerling uit het gezin alleen toegekend als kan worden aangetoond dat de reeds toegekende voorziening(en) niet kunnen worden ingezet voor het vervoer van de betreffende leerling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel