Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1

Artikel 4.1.6

Ligging nabij andere objecten

Onderdeel van Handboek kabels en leidingen gemeente Houten

1.. Objecten die kunnen worden beïnvloed door de tracering en aanleg van leidingen moeten vooraf door de vergunningaanvrager worden geïdentificeerd. Objecten kunnen onder meer zijn: bestaande wegen, spoorwegen, waterlopen, voetpaden, kademuren, primaire- en secundaire waterkeringen, viaducten, tunnels, naastliggende leidingen, bomen en gebouwen. 2.. De afstand tussen kant asfalt en de te graven sleuf moet minimaal 30 cm bedragen.

Rechtspraak bij dit artikel