Naar hoofdinhoud

Artikel 14

De bevoegdheden van de toezichthouder rechtmatigheid Jeugdwet

Onderdeel van Nadere regels Jeugdhulp Alkmaar 2026

Op basis van artikel 6.2 lid 3 uit de verordening De toezichthouder is bij de uitoefening van zijn taak gebonden aan de regels zoals vastgelegd in de artikelen 5:11 t/m 5:20 van de Awb. De toezichthouder is bevoegd om onafhankelijk onderzoek te doen naar de rechtmatigheid van de geleverde jeugdhulp. De toezichthouder kan onderzoek doen op basis van signalen, meldingen of klachten, dan wel proactief, op basis van een steekproefsgewijze aanpak. De toezichthouder is bevoegd om het college onafhankelijk te adviseren op basis van de bevindingen van een onderzoek: Tijdelijk geen Pgb’s te verstrekken ten behoeve van het verlenen van hulp door de betreffende aanbieder /zorgverlener; Tijdelijk geen cliënten toe te wijzen aan de betreffende aanbieder; Tijdelijk de betalingen op te schorten; Een aanwijzing met hersteltermijn te bieden; Indien er sprake is van ernstige en/of herhaalde overtreding de overeenkomsten met de betreffende aanbieder voor zorg in natura te beëindigen, dan wel het Pgb waarmee de betreffende aanbieder wordt bekostigd, te beëindigen; Aangifte te doen; Andere maatregelen te treffen. Bij het advies over de maatregelen zoals bedoeld in lid 2 houdt de toezichthouder rekening met de proportionaliteit van de maatregel. Indien het onderzoek als bedoeld in lid 1 betrekking heeft op een aanbieder die namens de gemeenschappelijke Inkoop Sociaal Domein regio Alkmaar (GISD) is gecontracteerd voor de levering van jeugdzorg in het kader van de Jeugdwet, adviseert de toezichthouder ook aan de gemeenschappelijke Inkoop Sociaal Domein regio Alkmaar (GISD). De toezichthouders is bevoegd om op basis van de bevindingen in de onderzoekspraktijk, aanbevelingen aan het college dan wel de gemeenschappelijke Inkoop Sociaal Domein regio Alkmaar (GISD) te doen ten aanzien van aanpassing van beleid of van werkwijzen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel