Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1

Grondwerk, archeologie en bodemkwaliteit

Onderdeel van Handboek Inrichting Openbare Ruimte HIOR gemeente Heumen

Uitgangspunten inrichting Waarom Verwijzing ambities H3 Archeologisch onderzoek dient te worden verricht volgens het geldende Omgevingsplan en de Omgevingswet. Dit is wetgeving en beleid. Het archeologisch erfgoed dient zo veel mogelijk in situ te worden bewaart 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik Milieukundig bodemonderzoek moet worden verricht ter bepaling van de geschiktheid van de bodem voor de beoogde functie. De lokale bodemkwaliteit niet mag verslechteren. Dit is wetgeving en beleid. 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik De kwaliteit van de op te brengen grond en de ontvangende bodem moet zijn bepaald met analyses. Daarnaast mag voor werkzaamheden in gemeente Heumen de Regionale Bodemkwaliteitskaart gebruikt worden. Dit is wetgeving en beleid. 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik (Geo-)hydrologisch onderzoek dient te worden verricht om de huidige en toekomstige waterhuishoudkundige situatie in beeld te brengen. Dit is wetgeving en beleid. 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik Bij werken in de bodem gelden in ieder geval: Omgevingswet Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Wet Basisregistratie Ondergrond (BRO), zie ook bijlage Werkprotocol BRO gemeente Heumen Standaard RAW Bepalingen Dit is wetgeving en beleid. 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik

Rechtspraak bij dit artikel