4.9.1 Algemeen Civiele kunstwerken
Uitgangspunten inrichting
Waarom
Verwijzing ambities H3
Bij het ontwerp van civiele kunstwerken dienen de landelijke normen en richtlijnen te worden gehanteerd.
Dit zijn landelijke normen.
3.2 Gezonde, veilige leefomgeving
In het ontwerp dient het civiele kunstwerk in het omliggende landschap te worden ingepast.
Dit zorgt voor landschappelijke inpassing.
3.5 Natuurinclusief
In het ontwerp rekening houden met gebruik door mensen met beperkingen.
Dit zorgt voor toegankelijkheid.
3.4 Inclusieve samenleving
De inrichting van de openbare ruimte dient de sociale veiligheid te ondersteunen.
Dit zorgt voor veiligheid.
3.2 Gezonde, veilige leefomgeving
Bevordering onderhoudbaarheid: voorzieningen treffen tegen uitspoeling en verzakkingen. Overgangsconstructies toepassen tussen onderheide en niet-onderheide delen.
Wanden voorzien van anti-graffiti coating.
Dit zorgt voor lange levensduur en toekomstbestendig beheer,
3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik
Kunstwerk minimaal dezelfde breedte als aangrenzende weg, vermeerderd met schrikruimte:
Voor autoverkeer een schrikruimte van 0,75 m
Voor fietsverkeer een schrikruimte van 0,50 m
Voor voetgangers een schrikruimte van 0,00 m.
Indien de regelgeving dat vereist worden leuningen toegepast.
Dit zorgt voor veiligheid.
3.2 Gezonde, veilige leefomgeving
In het ontwerp zorgen voor goed afwateringssysteem van rij- en loopvlakken.
Dit voorkomt wateroverlast.
3.1 Klimaatbestendig en klimaatneutraal
Houdt voor constructies de volgende minimale levensduur aan:
Betonbruggen en viaducten 100 jaar; Staalconstructies vaste bruggen 100 jaar; Beweegbare bruggen 100 jaar; Stenen bruggen 100 jaar; Kunststof (composiet) bruggen 50 jaar; Houten bruggen 40 jaar. Bij ontwerp en detaillering aannemelijk maken dat deze levensduren haalbaar zijn.
Dit zorgt voor lange gebruiksduur.
3.1 Klimaatbestendig en klimaatneutraal
4.9.2 Tunnels
Uitgangspunten inrichting
Waarom
Verwijzing ambities H3
Houdt voor het ontwerp en berekenen van tunnels de landelijke normen en richtlijnen aan.
Dit zorgt voor verkeersveiligheid.
3.2 Gezonde, veilige leefomgeving
Ontwerp bij verkeerstunnels op hoofdwegen voldoende berging in waterkelder voor regenbuien die 1× per 50 jaar voorkomen.
Dit voorkomt wateroverlast.
3.1 Klimaatbestendig en klimaatneutraal
Houdt in het ontwerp rekening met de sociale veiligheid door te zorgen voor een gestrekt tracé zonder nissen. Pas lichte kleuren en anti-graffiti coatings toe. Maak de openbare verlichting in de tunnel 'hufterproof'.
Dit zorgt voor sociale veiligheid.
3.2 Gezonde, veilige leefomgeving
Zorg voor gladheidbestrijding op hellingen (evt. verwarmd).
Dit is veilig in de winter.
3.2 Gezonde, veilige leefomgeving
4.9.3 Bruggen en viaducten
Uitgangspunten inrichting
Waarom
Verwijzing ambities H3
Houdt voor het ontwerp en berekenen van bruggen en viaducten de landelijke normen en richtlijnen aan.
Dit zorgt voor verkeersveiligheid.
3.2 Gezonde, veilige leefomgeving
Bruggen en viaducten dienen watergangen in één keer te overspannen zonder tussensteunpunten in watergang conform vigerende CROW-richtlijnen.
Dit helpt water stromen en doorgang van de scheepvaart.
3.1 Klimaatbestendig en klimaatneutraal
4.9.4 Duikers
Uitgangspunten inrichting
Waarom
Verwijzing ambities H3
Inrichting conform vigerende CROW-richtlijnen en eisen van Waterschap Rivierenland.
Dit zijn landelijke en regionale eisen.
3.1 Klimaatbestendig en klimaatneutraal
Inspectie: Bij lengte meer dan 40 m inspectieput plaatsen. Afstand tussen inspectieputten maximaal 40 m; ook bij ieder knikpunt een inspectieput plaatsen.
Dit zorgt voor toekomstbestendig beheer.
3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik
Onderhoud: Vlakke frontmuren toepassen. Bereikbaar voor onderhoud. Minimaal 3,00 m werkruimte bij duikermond.
Dit zorgt voor toekomstbestendig beheer.
3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik
Erosiebestrijding: Blokkenmat aan beide zijden duiker toepassen over volledige breedte watergang, minimaal 3,00 m lengte.
Dit voorkomt erosie.
3.1 Klimaatbestendig en klimaatneutraal
4.9.5 Steigers en vlonders
Uitgangspunten inrichting
Waarom
Verwijzing ambities H3
Beperk de aanleg van steigers en vlonders. Voordat een steiger of vlonder wordt toegepast dienen nut en noodzaak te worden onderbouwd.
Dit bespaart ruimte en kosten in aanleg en onderhoud.
3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik
Houdt voor het ontwerp en berekenen van bruggen en viaducten de landelijke normen en richtlijnen aan.
Dit zorgt voor verkeersveiligheid.
3.2 Gezonde, veilige leefomgeving
Onkruidwerend systeem toepassen.
Dit zorgt voor toekomstbestendig beheer.
3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik
Hoofdstuk 4
Artikel 4.9
Civiele kunstwerken
Onderdeel van Handboek Inrichting Openbare Ruimte HIOR gemeente Heumen