Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3.

Uitvoering

Onderdeel van Uitvoerings- en handhavingsstrategie Omgevingsdienst Veluwe

De wijze waarop de omgevingsdienst het VTH-instrumentarium inzet gebeurt als volgt: Preventie: door duidelijke regels, goede communicatie, voorlichting en participatie wil de dienst overtredingen voorkomen. Er wordt geïnvesteerd in vroegsignalering (bijvoorbeeld via schouwen of meldingen) en het versterken van het risicobewustzijn. Adviseren: gemeenten worden proactief ondersteund bij het opstellen van omgevingsvisies, -plannen en gebiedsontwikkelingen. De inbreng is integraal, beleidsgevoelig en gericht op uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. Interne specialistische advisering vindt plaats bij complexe vergunningaanvragen en projecten. Reguleren: vergunningverlening gebeurt risicogericht en juridisch zorgvuldig. Vooroverleg wordt gestimuleerd. Bij bedrijven met hoge risico's worden vergunningen strikter getoetst; bij lage risico's is ruimte voor proportionaliteit. Maatwerk en innovatie worden waar mogelijk ondersteund. Toezicht houden: controles zijn gebaseerd op omgevings- en risicoanalyses. Deze worden verfijnd tot risicoprofielen op bedrijfsniveau. Toezicht wordt integraal uitgevoerd, soms thematisch of projectmatig. Aandacht is er voor outcome (effectiviteit), informatiegestuurd werken en samenwerking met partners. Handhaven: optreden is in lijn met de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht Overtredingen (LHSO) en overtredingen worden beoordeeld op ernst, gedrag en herhaling. Afhankelijk daarvan wordt gewaarschuwd of bestuursrechtelijk/strafrechtelijk opgetreden. Transparantie en proportionaliteit staan voorop. Gedogen: om te kunnen voldoen aan de handhavingsplicht wordt in principe niet gedoogd. Wel zijn er tijdelijke uitzonderingen op deze regel in een aantal bijzondere situaties mogelijk, mits deze voldoen aan een set specifieke voorwaarden.

Rechtspraak bij dit artikel