**1..** Een belanghebbende heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan maximaal 120% van de toepasselijke bijstandsnorm.
**2..** Als een deel van de referteperiode een gedeelte van een kalenderjaar betreft, mag het gemiddelde inkomen over deze periode niet meer bedragen dan maximaal 120% van de voor belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm over die periode.
**3..** Ten aanzien van perioden, waarin een belanghebbende is uitgesloten van het recht op bijstand, wordt een belanghebbende voor de toepassing van het eerste lid geacht minimaal een inkomen te hebben gehad van 100% van de voor belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm.
**4..** Een tijdelijke stijging van het inkomen boven 120% van de van toepassing zijnde norm doet geen afbreuk aan het recht, mits deze stijging in totaal niet meer dan 12 weken binnen de referteperiode bedraagt. Indien de periode van hoger inkomen — al dan niet aaneengesloten — meer dan 12 weken beslaat, wordt deze niet meer als tijdelijk beschouwd
Hoofdstuk 1
Artikel 4
Langdurig laag inkomen
Onderdeel van Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Wormerland 2026