Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Opleggen gebiedsontzegging

Onderdeel van Beleidsregels gebiedsontzegging gemeente Smallingerland 2026

1.. De burgemeester kan aan een persoon een gebiedsontzegging opleggen, inhoudende zich gedurende een bepaalde periode niet te bevinden in een aangewezen gebied. 2.. Een gebiedsontzegging kan worden opgelegd in het belang van de openbare orde, waaronder het voorkomen of beperken van structurele overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- en leefklimaat of het waarborgen van de veiligheid van personen en goederen. 3.. De gebiedsontzegging wordt niet eerder opgelegd, dan nadat er voor de tweede keer een overtreding van de in artikel 4 van deze beleidsregels genoemde feiten wordt geconstateerd of voor de tweede keer een andere gedraging wordt geconstateerd, waarbij de openbare orde in het geding is, tenzij vereiste spoed zich verzet tegen een waarschuwing vanwege directe vrees van verdere verstoring van de openbare orde. 4.. De duur van de gebiedsontzegging en de omvang van het gebied waarvoor het verbod geldt, worden bepaald aan de hand van de aard van de gedraging. 5.. De gebiedsontzegging kan hoogstens voor de duur van 12 weken worden opgelegd. 6.. Het besluit tot het opleggen van een gebiedsontzegging wordt door de politie aan de betrokkene uitgereikt en wordt tevens per post verzonden. 7.. Een afschrift van het besluit wordt verzonden naar de teamchef van de politie. 8.. Een gebiedsontzegging is een herstelsanctie en sluit strafrechtelijke vervolging door het Openbaar Ministerie tegen de gepleegde strafbare feiten niet uit.

Rechtspraak bij dit artikel