De belastingplichtige, zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van de verordening gelegenheid tot overnachten biedt, dit schriftelijk te melden aan de door het dagelijks bestuur van BsGW aangewezen ambtenaar belast met de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onder a en b, van de Gemeentewet.