**1..** Het bestuursorgaan stelt bij de start van elk participatieproces vast of inwonersparticipatie wordt toegepast op grond van artikel 3 en maakt daarbij afwegingen op grond van artikel 2.
**2..** Als inwonersparticipatie wordt toegepast, neemt het bestuursorgaan in beginsel over de volgende punten een besluit:
het doel en de intentie van de participatie;
de groepen die deel kunnen nemen, waarbij bij voorkeur concrete onderwerpen aan inwoners en ondernemers worden voorgelegd en abstracte onderwerpen aan (maatschappelijke) organisaties en/of verenigingen;
het niveau van de participatie, waarbij een keuze wordt gemaakt volgens de treden van de participatieladder volgens artikel 5 lid 3 d;
het soort vraagstelling, waarbij een keuze wordt gemaakt uit de fundamentele- of kernvraag, de keuzevraag, de uitwerkingsvraag en/of de borgingsvraag;
de beïnvloedingsruimte en/of de inhoudelijke, financiële, procedurele en overige kaders voor de participatie;
en de wijze waarop deze kaders vooraf met de deelnemers worden gecommuniceerd;
**3..** Het bestuursorgaan informeert tijdig waarover en wanneer de participatie, zoals bepaald onder lid 2 van start gaat en eindigt, zodat inwoners, (lokale) ondernemers en maatschappelijke partijen tijdig invloed kunnen uitoefenen.
**4..** Als er op basis van voortschrijdend inzicht blijkt dat het wenselijk is om de kaders onder lid 2 e, om de inrichting van het proces aan te passen, zorgt het bestuursorgaan ervoor dat deelnemers hierover zo snel mogelijk worden geïnformeerd.
Hoofdstuk 2
Artikel 4.
Participatieproces
Onderdeel van Participatieverordening gemeente Heeze-Leende 2026