Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Onaanvaardbaar gedrag van de leerling binnen het vervoer

Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Leusden 2026

1.. Uitgangspunt is dat het vervoer altijd veilig wordt uitgevoerd. De veiligheid van medeleerlingen, chauffeur en verkeersveiligheid mogen niet in het geding zijn. 2.. De leerling voor wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, kan tijdelijk of voor de rest van het schooljaar de toegang tot dit vervoer worden ontzegd, als bij herhaling blijkt dat de leerling door agressief gedrag of anderszins de orde in het voertuig verstoort of de veiligheid van het voertuig en inzittenden in gevaar brengt. Schorsing van de leerling in het vervoer ontslaat ouders en/of de leerling niet van de verplichting tot het bezoeken van de school. Ouders zijn verantwoordelijk voor correct gedrag van hun kind. 3.. Hierbij worden de volgende stappen gevolgd: Klachten worden in beginsel door de vervoerder opgelost volgens de klachtenprocedure van de vervoerder; De vervoerder brengt de ouders op de hoogte van het gedrag van de leerling: mondeling en bevestigd via mail of brief; Als een klacht niet met de vervoerder wordt opgelost, informeert de vervoerder het college over het agressieve en/of ongewenste gedrag van de leerling. Het college bespreekt dit met de ouders en/of meerderjarige leerlingen; Als de conclusie van het college is dat het voorval is terug te voeren op de lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking van de leerling dan wordt met vervoerder, ouders en eventueel school een passende oplossing gezocht, zoals begeleiding in het aangepast vervoer of eigen vervoer. Als de conclusie van het college is dat het voorval niet is terug te voeren op de beperking van de leerling, wordt het agressieve en/of ongewenste gedrag aan de leerling toegerekend. Het college neemt de beslissing over al dan niet sanctioneren en over de aard van de sanctie. Als bij het incident leerlingen van verschillende gemeenten zijn betrokken, overlegt het college met de andere gemeenten over het opleggen van een sanctie. Voordat een beschikking of waarschuwing wordt verstuurd vindt een gesprek plaats met de ouders. Afhankelijk van de ernst en herhaling van het incident ontvangen de ouders: een schriftelijke waarschuwing of een beschikking met een tijdelijke uitsluiting of een beschikking met een (tijdelijke) uitsluiting zonder voorafgaande waarschuwing. 4.. In een schriftelijke waarschuwing wordt in elk geval medegedeeld dat: de leerling gedurende het onderzoek niet wordt vervoerd met aangepast vervoer; bij herhaling van ongewenst gedrag de leerling voor een termijn van maximaal vier weken wordt uitgesloten van aangepast vervoer. 5.. Bij een beschikking met een tijdelijke uitsluiting moet sprake zijn van herhaald agressief en/of ongewenst gedrag dat plaatsvindt binnen een periode van twaalf maanden na de datum van de eerste waarschuwingsbrief. Er vindt opnieuw onderzoek plaats als onder artikel 2, tweede lid is beschreven. Als de conclusie van het onderzoek van het college is dat het agressieve en/of ongewenste gedrag is toe te rekenen aan de leerling, dan vindt een gesprek plaats tussen de ouders van de leerling en de gemeente. Daarna ontvangen de ouders onder verwijzing naar de waarschuwingsbrief een beschikking waarin in elk geval wordt meegedeeld, dat: vanwege de herhaling van het agressieve en/of ongewenste gedrag de leerling voor een termijn van één dag tot vier weken wordt uitgesloten van enige vorm van leerlingenvervoer; als de leerling zich na de schorsing opnieuw schuldig maakt aan ongewenst gedrag, de leerling wordt uitgesloten van het aangepaste vervoer met een maximum van twee maanden exclusief vakanties. als de leerling zich vervolgens na de schorsing opnieuw schuldig maakt aan ongewenst gedrag, de leerling wordt uitgesloten voor de rest van het schooljaar. 6.. Afhankelijk van de gedraging kan na de eerste waarschuwingsbrief nog een tweede schriftelijke waarschuwing worden afgegeven alvorens de beschikking met tijdelijke uitsluiting aan de orde is.

Rechtspraak bij dit artikel