Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 8

Toegangsbeoordeling individuele voorziening

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Teylingen 2026

1.. Bij de beoordeling van de ondersteuningsvraag, wordt er in eerste instantie gekeken naar of de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en/of de ouders, eventueel met steun van het sociaal netwerk, toereikend zijn om zelf de gevraagde jeugdhulp te bieden. Bij de beoordeling van de ondersteuningsvraag worden de volgende punten afgewogen: de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige; de duur daarvan; de mogelijkheden van de jeugdige of zijn ouders; de draagkracht en de belastbaarheid van de ouders; de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; de mogelijkheden en de bereidheid van het sociale netwerk om de jeugdige of zijn ouders te ondersteunen; bij gescheiden ouders, zijn beide ouders verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning. Deze elementen vormen samen de eigen kracht van het gezin. 2.. Er kan geen gebruik worden gemaakt van een individuele voorziening indien: gebruik gemaakt kan worden van een algemene of voorliggende voorziening (zoals beschreven in artikel 3 en 4); behandeling van uiteenlopende problematiek van ouders en/of het gezinssysteem prioriteit behoeft alvorens (individuele) jeugdhulp zinvol is. Te denken valt aan maatschappelijke, psychische, relationele of financiële problematiek. Op dat moment zijn de zorgverzekeringswet en/of schuldhulpverlening en/of de Wmo voorliggend; er sprake is van een maatwerkvoorziening voor opvang vanuit de Wmo of indien jeugdige met ouder(s) meekomen als een ouder de thuissituatie moet verlaten, vanwege bijvoorbeeld huiselijk geweld, mishandeling of huisuitzetting; een oplossing gevonden kan worden in het benutten van mogelijkheden in het kader van Arbeidsrecht of andere regelingen, zoals bijzonder of buitengewoon verlof; er twijfels zijn over de effectiviteit van de voorziening of de jeugdhulp niet voldoende bijdraagt aan het bevorderen van de ontwikkeling, de veiligheid of de zelfredzaamheid van het individu; de jeugdhulp niet bijdraagt aan acceptatie en omgang met de ontstane situatie en/of normalisering daarvan; er geen rekening wordt gehouden met het (toekomst)perspectief van de jeugdige. 3.. Een individuele voorziening wordt alleen toegekend als de verwijzer naar aanleiding van de beoordelingscriteria omschreven in lid 1 en 2 tot de conclusie komt dat een individuele voorziening noodzakelijk, rechtmatig en effectief is. 4.. In de afweging wordt meegenomen welke volgorde van inzet van hulp en ondersteuning naar verwachting het meeste effect sorteert en in hoeverre hulp en ondersteuning gelijktijdig kan of moet worden ingezet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel