Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 4

Verlaging norm wegens ontbreken woonkosten

Onderdeel van Beleidsregels kostendelende medebewoner en afstemming op woonsituatie 2026

1.. De verlaging in verband met de woonsituatie zoals bedoeld in artikel 27 Participatiewet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm van artikel 21 onderdeel b Participatiewet, indien geen woning wordt bewoond of indien een woning wordt bewoond waaraan voor belanghebbende geen woonkosten zijn verbonden. 2.. De verlaging geldt niet voor de belanghebbenden die een uitkering ontvangen op grond van de artikelen 20 en art. 22a Participatiewet. 3.. Onder woonkosten wordt verstaan: bij een huurwoning, rekenhuur als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag; bij een eigen woning, de verschuldigde hypotheekrente, de als eigenaar te betalen zakelijke lasten en een vast bedrag voor onderhoud. 4.. Onder woonsituatie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan de situatie waarbij: een woning wordt bewoond waaraan geen woonkosten zijn verbonden; een woning wordt bewoond waarvan de woonkosten door derden worden voldaan; geen woning wordt bewoond. 5.. Indien een dakloze aangeeft wel woonkosten te hebben, zoals kosten voor opvang, is het aan belanghebbende om dit aan te tonen via bewijsstukken. In dat geval kan het college besluiten de verlaging vast te stellen op 10% van de gehuwdennorm als bedoeld in het eerste lid. 6.. Dit artikel geldt niet voor IOAW en IOAZ.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel