Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6.

Artikel 21.

Intrekking, herziening, opschorting en terugvordering

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Heeze-Leende 2026

1.. De gemeente kan periodiek onderzoeken of er aanleiding is een beslissing over een verstrekking van een individuele voorziening in natura of in de vorm van een pgb te heroverwegen en kan hierover nadere regels stellen. 2.. Onverminderd artikel 8.1.4, van de wet kan de gemeente een beslissing over een individuele voorziening in natura of in de vorm van een pgb herzien of intrekken als de gemeente vaststelt dat: de jeugdige of zijn ouder(s) onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de jeugdige of zijn ouder(s) niet langer op de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb zijn aangewezen; de individuele voorziening in natura of in de vorm van een pgb niet meer toereikend is te achten; de jeugdige of zijn ouder(s) niet voldoen aan de voorwaarden die zijn verbonden aan de individuele voorziening in natura of in de vorm van een pgb; de jeugdige of zijn ouder(s) het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het bestemd is; de jeugdige of zijn ouder(s) met het pgb jeugdhulp betrekken van een jeugdhulp-aanbieder tegen wie bezwaren zijn ontstaan, als bedoeld in artikel 16, derde lid; óf de jeugdige langer dan 8 weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet. 3.. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 4.. Een beslissing tot toekenning van een voorziening in natura kan worden ingetrokken als blijkt dat de jeugdige of zijn ouder(s) zich niet binnen zes weken na de besluitdatum hebben gemeld bij een jeugdhulpaanbieder. 5.. Als de gemeente een beslissing heeft herzien of ingetrokken op grond van het tweede lid onder a, dan kan de gemeente de geldschade vorderen van de te veel of ten onrechte genoten individuele voorziening in natura of het te veel of ten onrechte genoten pgb. 6.. Als de gemeente een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken, kan de gemeente bij dwangbevel geheel of gedeeltelijk het ten onrechte genoten pgb invorderen. 7.. De gemeente kan, bij een gegrond vermoeden van een omstandigheid als bedoeld in het tweede lid, onder a, d, e of f, de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke onderbreking van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel