**1..** De gemeente verstrekt geen voorziening voor jeugdhulp als er:
met betrekking tot de problematiek een recht bestaat op zorg als bedoeld bij of op grond van de Wet langdurige zorg, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of de Zorgverzekeringswet;
naar het oordeel van de gemeente met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling, met uitzondering van een maatwerkvoorziening inhoudende begeleiding als bedoeld in artikel 1.1.1, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; óf
gegronde redenen zijn voor de gemeente om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg en de jeugdige of zijn ouder(s) weigert/ weigeren mee te werken aan het verkrijgen van een besluit daartoe.
**2..** Als er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de betreffende problematiek, dan kan het zo zijn dat daarvoor zowel een vorm van zorg, vanuit de Wet langdurige zorg of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet wordt ingezet, als een individuele voorziening op grond van de jeugdwet.
Anders gezegd; als een jeugdige gebruik maakt van zorg of hulp die wordt verstrekt vanuit een andere voorziening, sluit dat het toekennen van een individuele voorziening uit de jeugdwet niet uit.
**3..** De jeugdige of zijn ouder(s) die een aanvraag voor jeugdhulp doen, worden verwezen naar de instantie waar een aanvraag voor een voorziening op basis van de voornoemde wetten kan worden behandeld.
**4..** Bij een verwijzing als bedoeld in het vorige lid naar Wet langdurige zorg wordt gewezen op de mogelijkheid om gebruik te maken van cliëntondersteuning.
HOOFDSTUK 7.
Artikel 24.
Voorliggende voorzieningen
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Heeze-Leende 2026