Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.1

Verwerving

Onderdeel van Nota Grondbeleid 2024

Wanneer de gemeente kiest voor actief grondbeleid, dan verwerven wij zelf grond om deze vervolgens te kunnen ontwikkelen tot locatie voor woningbouw, bedrijven of voorzieningen. Grondverwerving vindt bij voorkeur plaats op vrijwillige basis, via een privaatrechtelijke overeenkomst (minnelijke verwerving). Als dit niet mogelijk blijkt, beschikt de gemeente over twee publiekrechtelijke instrumenten: voorkeursrecht en onteigening. Minnelijke verwerving Verwerving van gronden kan plaatsvinden op basis van een concreet ruimtelijk plan - al dan niet voorzien van een vastgestelde grondexploitatie - of vanuit strategisch oogpunt, met het oog op toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Bij minnelijke verwerving wordt op vrijwillige basis een (koop)overeenkomst gesloten met de eigenaar van de grond. Bij strategische verwerving van grond en/of vastgoed moet worden voldaan aan de criteria marktconformiteit en transparantie door middel van een deugdelijke financiële onderbouwing. De notariële grondlevering wordt altijd voorzien van een onafhankelijke taxatie (in verband met de jaarlijkse accountantscontrole; voor elke verwerving vanaf € 50.000,- controleert de accountant namelijk of de marktconformiteit van het bedrag voldoende is onderbouwd). Bij grondleveringen met een koopsom onder de € 50.000,- kan hier desgewenst gemotiveerd van worden afgeweken . Tenzij daartoe specifieke budget- en procedure-afspraken gemaakt, moet het college voor elke verwerving afzonderlijk budget aanvragen bij de gemeenteraad. Voorkeursrecht Indien wij als gemeente een voorkeursrecht vestigen, verkrijgen wij daarmee het recht van eerste koop op de betreffende grond. Dit geschiedt door een aanwijzingsbesluit. In de praktijk wordt ook veel gesproken van de vestiging van een voorkeursrecht. Voorkeursrecht is een passief instrument: de eigenaar van de grond is immers niet verplicht de grond aan te bieden of te verkopen. Door het vestigen van voorkeursrecht kan echter wel worden voorkomen dat private partijen (speculatieve) grondposities verwerven. De gemeente houdt dus regie op de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. De grondslag voor het vestigen van voorkeursrecht kan een omgevingsplan, omgevingsvisie of programma zijn, maar het is ook mogelijk een voorkeursrecht te vestigen vooruitlopend op een nog vast te stellen planologische grondslag. Voorwaarde voor het vestigen van voorkeursrecht is dat de beoogde toekomstige ontwikkeling afwijkt van het huidige gebruik. Onteigening Als verwerving via minnelijke weg niet mogelijk blijkt, kan de gemeente met een ‘ultimum remedium’ overgaan tot onteigening. Onteigening kan alleen plaatsvinden als de gemeente alsdan aantoonbaar het algemeen belang dient en de noodzaak van onteigening onomstotelijk vaststaat (onteigening als enige, nog resterende optie). Ook moet er sprake zijn van urgentie: binnen drie jaar na onteigening moet worden gestart met de uitvoering van de ontwikkeling, het gebruik of het beheer van de fysieke leefomgeving waarvoor onteigening nodig is. De grondslag voor onteigening kan een vastgesteld omgevingsplan of projectbesluit zijn of een verleende omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Onder de Omgevingswet heeft de gemeenteraad de bevoegdheid tot het nemen van de onteigeningsbeschikking waarna deze moet worden bekrachtigd door de bestuursrechter. Tijdelijk beheer In het geval van strategische verwerving van grond of vastgoed, koopt de gemeente onroerende zaken met het oog op toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Tot het moment van bouwrijp maken of sloop kan het nodig zijn om tijdelijk te gaan beheren en ter voorkoming van bijvoorbeeld leegstand of kraak het vastgoed in gebruik te geven aan derden. Het waarborgen van flexibiliteit is hierbij van belang, zodat de gemeente altijd op korte termijn weer over het onroerend goed kan beschikken.

Rechtspraak bij dit artikel