Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2

Artikel 3.2.1

Kostenverhaal

Onderdeel van Nota Grondbeleid 2024

Bij projecten waar de gemeente niet zelf ontwikkelt maar een faciliterende rol heeft, worden de kosten die de gemeente maakt, verhaald op de initiatiefnemer(s). Dit 'kostenverhaal' omvat zowel de kosten die de gemeente maakt voor de inzet van het ambtelijk apparaat en externe adviseurs (plankosten) als de kosten voor de aanleg of aanpassing van de openbare ruimte. Daarnaast kan het kostenverhaal ook worden toegepast op kosten voor voorzieningen met een 'bovenwijks' karakter: het zijn voorzieningen die de kwaliteit van de fysieke leefomgeving verbeteren en waarvan meerdere gebieden of projecten profijt hebben). Deze kosten zijn verhaalbaar via een publiek afdwingbare bijdrage. Kostenverhaal is mogelijk via privaatrechtelijke weg (middels een anterieure overeenkomst) of publiekrechtelijke weg (via het omgevingsplan). Privaatrechtelijk kostenverhaal – anterieure overeenkomst In deze gevallen sluit de gemeente met de private partij die het plan zal realiseren een anterieure overeenkomst. Hierin worden afspraken gemaakt over onderlinge verantwoordelijkheden, het te realiseren ontwikkelprogramma, proces en fasering en de exploitatiebijdrage die de initiatiefnemer aan de gemeente moet betalen. Een anterieure overeenkomst kent een grote mate van contractsvrijheid; de regels die gelden voor publiekrechtelijk kostenverhaal zijn hier namelijk niet direct van toepassing. Publiekrechtelijk kostenverhaal – via het omgevingsplan Indien de gemeente en private partijen privaatrechtelijk (anterieur) geen overeenstemming bereiken over kostenverhaal, zal dit alsnog publiekrechtelijk kunnen worden geregeld. Kostenverhaal verloopt dan via de kostenverhaalsregels zoals opgenomen in het omgevingsplan, de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of het projectbesluit. Publiekrechtelijk kostenverhaal is aan regels gebonden en is alleen mogelijk voor kosten die zijn opgenomen op de 'kostensoortenlijst' uit het Omgevingsbesluit en waarbij sprake is van een causaal verband tussen de te verhalen kosten en de betreffende ruimtelijke ontwikkeling. De kosten moeten naar rato worden toegerekend aan de hand van expliciet gemaakte verdeelsleutels (bijvoorbeeld aantallen verkeersbewegingen bij infrastructurele voorzieningen). Overigens mogen en kunnen nooit meer kosten worden verhaald dan de grondopbrengsten van de ontwikkeling. Organisch kostenverhaal Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het gemeentelijk instrumentarium rondom kostenverhaal uitgebreid met een regeling voor 'kostenverhaal zonder tijdvak', bedoeld voor 'organische gebiedsontwikkelingen'. Dit is het geval indien er vooraf geen duidelijk eindbeeld bestaat van een bepaalde ontwikkeling. Bijvoorbeeld bij een geleidelijke transformatie van een verouderd terrein tot een gebied met nieuwe functies waarbij niet te plannen is hoe zo'n ontwikkeling zal verlopen en welke deelontwikkelingen in welke omvang en volgorde mogelijk zullen worden. Het is dan lastig om vooraf met ontwikkelende partijen afspraken te maken over het volledige kostenverhaal en dus onzeker of de gemeente alle investeringen - bijvoorbeeld voor infrastructuur - kan verhalen. Bij “organisch kostenverhaal” is het dan mogelijk om in eerste instantie te volstaan met een globale indicatie van de maximaal te verhalen kosten (het kostenverhaalplafond). Voorts worden de kosten niet verhaald op het niveau van het totale gebied, maar per deelontwikkeling/-locatie; overigens wel met inachtneming van het beginsel dat nooit meer kosten kunnen worden verhaald dan de waardevermeerdering van de betreffende locatie (‘macro aftopping’). Financiële bijdragen voor ontwikkelingen van een gebied De Omgevingswet maakt het voorts mogelijk om aan initiatiefnemers ook een financiële bijdrage te vragen voor 'ontwikkelingen van een gebied' die niet verhaalbaar zijn via de kostenverhaal-systematiek. De gemeente kan aanvullend kiezen tot ‘het verhalen van een vrijwillige bijdrage’ die bestaat uit kosten die niet hoeven te worden verhaald via het verplichte publiekrechtelijke kostenverhaal. De belangrijkste eisen hiervoor zijn dat deze kosten: hun basis hebben in een vastgestelde omgevingsvisie of omgevingsplan; er tussen de activiteit die een bijdrage levert en de activiteit waarvoor de bijdrage wordt gevraagd een functionele samenhang bestaat die is gemotiveerd in omgevingsplan, omgevingsvisie of -programma; de kosten geen onderdeel zijn van het verplichte kostenverhaal. Denkbare voorbeelden van deze vorm van kostenverhaal zijn bijdragen aan een verevenings- of compensatiefonds voor sociale woningbouw of bijdragen aan de realisatie van duurzame energieopwekking. Plankostenscan Plankosten zijn de kosten van de inzet van medewerkers die namens de gemeente werken aan ruimtelijke plannen. Voor het bepalen van de te verhalen gemeentelijke plankosten wordt in beginsel gebruik gemaakt van de 'plankostenscan'. Het is een bij ministeriële regeling vastgestelde rekensystematiek voor plannen met en zonder tijdvak. Het model is een rekenhulp om het maximaal aan te verhalen plankosten te bepalen. Omdat het publiekrechtelijk kostenverhaal onder de Omgevingswet afwijkt van de voormalige regeling onder de Wet ruimtelijke ordening, zijn er nu twee verschillende rekenmodellen. Bij kostenverhaal zonder tijdvak maakt de gemeente andere kosten dan bij kostenverhaal met tijdvak. Zo mogen bijvoorbeeld bij kostenverhaal zonder tijdvak alleen de kosten worden verhaald van het opstellen van een globaal plan en niet van een gedetailleerd plan. Deze plankostenscan is vanzelfsprekend ook goed bruikbaar bij onderhandelingen in het privaatrechtelijke (anterieure) spoor, maar de gemeentelijke werkzaamheden dienen goed te worden beschouwd. De ruimtelijke onderzoeken en de kosten voor het opstellen van de anterieure overeenkomst zijn namelijk geen onderdeel van de plankostenscan. In het privaatrechtelijke spoor toetst de gemeente de plankostenscan aanvullend aan de interne plankostenraming.

Rechtspraak bij dit artikel