Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.1

Onderzoek en opstellen ondersteuningsplan

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp De Fryske Marren 2026

Het college onderzoekt in een gesprek met de jeugdige en/of ouder(s): wat de hulpvraag is van de jeugdige en/of ouder(s); de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en/of zijn ouder(s); of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en/of stoornissen bij de jeugdige en om welke problemen het concreet gaat; het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp; welke hulp gelet op de vastgestelde problematiek naar aard en omvang nodig is om de jeugdige in staat te stellen om gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en/of voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; de mogelijkheid van de jeugdige en/of ouder(s) om zelf of met ondersteuning van het sociale netwerk een oplossing voor de hulpvraag te vinden; de mogelijkheden om de hulpvraag op te lossen door het inzetten van een algemene voorziening; of en welke ondersteuning nodig is in de vorm van een individuele voorziening; de manier waarop een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen; hoe bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouder(s); Het college informeert jeugdige en/of ouder(s) over de mogelijkheid om een pgb aan te vragen en geeft uitleg over wat de regels, gevolgen en verantwoordelijkheden zijn van een pgb. Ter voorbereiding van het gesprek verstrekken de jeugdige en/of zijn ouder(s) alle gegevens en stukken die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover de jeugdige en/of ouder(s) beschikken. Het college kan, met instemming van de jeugdige en/of ouder(s), informatie opvragen bij andere instanties, zoals de huisarts, en met deze in gesprek gaan over de problemen en de meest passende hulp. Tijdens het gesprek of gesprekken onderzoekt de gemeente de hulpvraag van de jeugdige en/of ouders. Het college kan in overleg met de jeugdige en/of ouder(s) afzien van een gesprek. Het college legt de uitkomsten van het onderzoek vast in het ondersteuningsplan. Het college kan nadere regels vaststellen over de inhoud van het onderzoek en de manier waarop het onderzoek wordt uitgevoerd.

Rechtspraak bij dit artikel