Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8.

Artikel 8.2

Herziening, intrekking en terugvordering

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp De Fryske Marren 2026

Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, beëindigen, wijzigen, herzien of intrekken als het college 1 van deze gronden vaststelt: de jeugdige of zijn ouder(s) onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en het college met de juiste of volledige gegevens een andere beslissing had genomen; de jeugdige of zijn ouder(s) niet langer op de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb zijn aangewezen; de individuele voorziening in natura of in de vorm van een pgb niet meer passend is; de jeugdige of zijn ouder(s) niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb; de jeugdige of zijn ouder(s) de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bedoeld; de jeugdige of zijn ouder(s) met het pgb jeugdhulp betrekken van een jeugdhulp-aanbieder tegen wie bezwaren zijn ontstaan, als bedoeld in artikel 6.1 lid 6. Het college kan de kosten voor de verstrekte individuele voorziening waar jeugdige en/of ouder(s) geen recht op hadden voor een deel of helemaal terugvorderen als de voorziening is ingetrokken op de grond genoemd in lid 1 sub a. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen 6 maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Het college kan, bij een gegrond vermoeden van een omstandigheid als bedoeld in lid 1 onder a, d, e of f, de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke onderbreking van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel