Op grond van artikel 25 van de wet kan de ontvanger - onder door hem te stellen voorwaarden - uitstel van betaling verlenen aan de belastingschuldige voor (een gedeelte van) een opgelegde belastingaanslag.
Het verlenen van uitstel van betaling gebeurt op schriftelijk verzoek van de belastingschuldige. In daartoe aanleiding gevende gevallen kan de ontvanger ook ambtshalve uitstel van betaling verlenen.
De ontvanger kan een verleend uitstel van betaling bij beschikking tussentijds beëindigen.
In aansluiting op artikel 25 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
de algemene uitgangspunten van het uitstelbeleid;
uitstel in verband met bezwaar tegen een belastingaanslag.
uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag;
uitstel in verband met betalingsproblemen;
betalingsregeling voor particulieren;
betalingsregeling voor ondernemers;
administratief beroep.
25.1.Algemene uitgangspunten uitstelbeleid
25.1.1.Houding van de ontvanger tijdens behandeling verzoek om uitstel
Gedurende de behandeling van het verzoek om uitstel van betaling handelt de ontvanger overeenkomstig het beleid dat wordt gevoerd als het verzoek is toegewezen.
Als er aanwijzingen zijn dat de belangen van de gemeente kunnen worden geschaad, kan de ontvanger ondanks het verzoek om uitstel wel invorderingsmaatregelen treffen.
25.1.2.Toewijzing van het verzoek om uitstel van betaling
Bij toewijzing van het verzoek vermeldt de ontvanger de voorwaarden waaronder hij uitstel van betaling verleent in de beschikking.
25.1.3.Redenen afwijzing verzoek om uitstel
Een verzoek om uitstel van betaling wordt in ieder geval afgewezen als:
de medewerking van de verzoeker aan de gemeente naar het oordeel van de ontvanger onvoldoende is;
onjuiste gegevens worden verstrekt;
de gevraagde gegevens niet (volledig) binnen de door de ontvanger daartoe gestelde termijn zijn verstrekt. Als de gevraagde gegevens onvolledig zijn, stelt de ontvanger de belastingschuldige in de gelegenheid de ontbrekende gegevens alsnog binnen twee weken te verstrekken;;
de gevraagde zekerheid niet wordt gesteld (zie artikel 25.1.1, 25.2.5, 25.5.2 en 25.6.2 van deze leidraad);
de waarde van vermogensobjecten in redelijkheid te gelde kan worden gemaakt teneinde daarmee de verschuldigde belasting te betalen;
de berekende betalingscapaciteit zodanig is dat de schuld direct voldaan kan worden;
de betalingsregeling zich over een voor de ontvanger onaanvaardbare termijn uitstrekt;
de betalingsproblemen structureel zijn en een betalingsregeling volgens de ontvanger geen uitkomst zal bieden;
sprake is van een verzoek om uitstel van betaling van een belastingaanslag in verband met betalingsmoeilijkheden en voorafgaande aan dat verzoek uitstel is genoten in verband met een bezwaar- of beroepsprocedure tegen die aanslag, terwijl gedurende die procedure betalingsmiddelen ter beschikking hebben gestaan, waarmee de belastingschuld kon worden betaald.
de aanslag betrekking heeft op: de definitieve aanslag toeristenbelasting, watertoeristenbelastingen, havengelden, forensenbelasting, begrafenisrechten en marktgelden;
als de belastingschuldige reeds eerder een regeling heeft genoten, maar deze niet is nagekomen;
indien ter zake van de aanslag reeds een beslagopdracht naar de belastingdeurwaarder is uitgegaan dan wel door de belastingdeurwaarder reeds beslag is gelegd;
in geval van een vordering op grond van artikel 19 van de wet;
het in bezwaar betwiste bedrag minder dan € 50,00 bedraagt.
De ontvanger is niet verplicht de belastingschuldige in de gelegenheid te stellen zijn zienswijze naar voren te laten brengen voordat hij het verzoek om uitstel geheel of gedeeltelijk afwijst. Als het verzoek om uitstel wordt afgewezen, moet gemotiveerd worden waarom tot afwijzing van het verzoek is besloten.
25.1.4.Redenen beëindigen uitstel
Het uitstel wordt in ieder geval beëindigd als:
niet aan de voorwaarden wordt voldaan waaronder het uitstel is verleend;
tijdens de looptijd van het uitstel blijkt dat onjuiste gegevens zijn verstrekt;
de aanleiding tot uitstel van betaling is weggevallen;
de financiële omstandigheden van de belastingschuldige zodanig veranderen of zijn veranderd dat het naar het oordeel van de ontvanger onjuist is het uitstel te continueren;
de medewerking van de verzoeker aan de gemeente naar het oordeel van de ontvanger onvoldoende is;
zich een situatie voordoet zoals omschreven in artikel 10 van de wet en de ontvanger van mening is dat de verhaalbaarheid van de belastingschuld waarvoor uitstel is verleend, ernstig in gevaar komt;
belastingschuldige in staat van faillissement wordt verklaard, hem surséance van betaling wordt verleend of hij wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsanering natuurlijke personen.
25.1.5Beëindigen van een betalingsregeling met meer dan één termijn
Als de belastingschuldige één termijn van de betalingsregeling niet nakomt wordt de betalingsregeling zonder de belastingschuldige hiervan in kennis te stellen, beëindigd.
25.1.6.Van rechtswege vervallen van een verleend uitstel
Als de ontvanger uitstel heeft verleend tot een bepaald tijdstip en dit tijdstip is verstreken, dan is daardoor het uitstel van rechtswege vervallen.
25.1.7.Geen invordering tijdens verleend uitstel
Tenzij in de leidraad anders is aangegeven, kan de ontvanger voor een belastingaanslag waarvoor hij uitstel van betaling heeft verleend, geen invorderingsmaatregelen nemen.
25.1.8.Na (afwijzen) uitstel veertien dagen wachttijd
Als de ontvanger geen (verder) uitstel van betaling verleent of een verleend uitstel beëindigt, of als het college afwijzend heeft beslist op een ingediend beroepschrift tegen de afwijzing of beëindiging, dan wordt de vervolging in beginsel niet aangevangen of voortgezet binnen een termijn van veertien dagen na dagtekening van de beschikking. Hetzelfde geldt als het uitstel van betaling van rechtswege is vervallen.
Verkorting of het niet verlenen van deze termijn vindt onder meer plaats als naar het oordeel van de ontvanger aanwijzingen bestaan dat door het niet onmiddellijk aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de gemeente worden geschaad. Verder geldt deze termijn niet als een executieverkoop wordt opgeschort en in verband daarmee uitstel van betaling is verleend in samenhang met een prolongatieovereenkomst.
25.1.9.Uitstel voor een ambtshalve belastingaanslag
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
25.1.10.Uitstel voor een aanslag ter behoud van rechten
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
25.1.11.Uitstel voor een bestuurlijke boete
De ontvanger verleent uitstel van betaling voor een bestuurlijke boete in verband met bezwaar, beroep of hoger beroep tegen de bestuurlijke boete.
De ontvanger verleent ook uitstel van betaling voor een bestuurlijke boete als sprake is van een bezwaarschrift tegen een belastingaanslag en de bedragen van die belastingaanslag en die van de boete-beschikking op één aanslagbiljet zijn vermeld. De ontvanger verleent dit uitstel niet als uit het bezwaarschrift blijkt dat het bezwaar zich niet richt tegen de bestuurlijke boete.
Aan het uitstel kan de ontvanger voorwaarden verbinden die ertoe strekken de belangen van de gemeente veilig te stellen. De ontvanger verleent het uitstel tot het moment waarop op het bezwaarschrift is beslist.
25.1.12.Tijdens uitstel nieuwe aanslagen voldoen
Bij uitstel wegens betalingsmoeilijkheden stelt de ontvanger de voorwaarde dat voor nieuwe belastingaanslagen geen betalingsachterstand zal ontstaan.
25.1.13.Zekerheid bij uitstel
De ontvanger kan bij het verlenen van uitstel van betaling de voorwaarde stellen dat de belastingschuldige of een derde zekerheid stelt. Bij het stellen van zekerheid gaat de voorkeur uit naar zekerheden die op eenvoudige wijze kunnen worden gesteld, bewaakt en uitgewonnen.
Een aangeboden zekerheid in de vorm van een bezitloze verpanding van voorraden is in beginsel niet aanvaardbaar vanwege de aard van deze zekerheid. De ontvanger aanvaardt een bezitloze verpanding van voorraden slechts als aannemelijk is dat de belastingschuld niet kan worden betaald en andere zekerheidsvormen niet voorhanden zijn.
25.1.14.Tijdstip indiening verzoek om uitstel
De ontvanger neemt een verzoek om uitstel van betaling altijd in behandeling, ongeacht het tijdstip van indiening en het stadium van invordering.
De ontvanger wijst een verzoek om uitstel van betaling in verband met betalingsproblemen in het algemeen af als het verzoek is ingediend nadat er een dwangbevel is betekend.
25.1.15.Verzoekschriften aan andere instellingen
De ontvanger houdt de invordering aan als een verzoekschrift is ingediend bij de raad, het college of de ombudsman.
Als naar het oordeel van de ontvanger aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de gemeente worden geschaad, kan de ontvanger na voorafgaande toestemming van het college toch invorderingsmaatregelen treffen.
25.2.Uitstel in verband met bezwaar tegen een belastingaanslag
25.2.1.Bezwaar tegen hoogte belastingaanslag
De belastingschuldige kan bezwaren tegen de hoogte van een belastingaanslag door middel van een bezwaarschrift kenbaar maken. Een in verband daarmee schriftelijk gevraagd uitstel van betaling kan de ontvanger verlenen tot het moment waarop de inspecteur uitspraak op het bezwaarschrift doet.
Het in artikel 25.2 van deze leidraad beschreven uitstelbeleid heeft uitsluitend betrekking op het door de belastingschuldige bestreden deel van de belastingaanslag waarvoor uitstel is verzocht of verleend.
Als de belastingschuldige het niet bestreden deel van de belastingaanslag niet voor de laatste vervaldag betaald vervalt het uitstel van betaling.
25.2.2.Bezwaarschrift geldt niet als verzoek om uitstel
Voor het bestreden bedrag van een aanslag moet de belastingschuldige een schriftelijk verzoek om uitstel van betaling indienen. Het indienen van een bezwaarschrift geldt niet tevens als een verzoek om uitstel van betaling.
Een beroepschrift tegen de uitspraak van inspecteur op het bezwaarschrift en een door de belastingschuldige ingesteld beroep tegen een rechterlijke uitspraak over de juistheid van een dergelijke uitspraak, gelden niet als een verzoek om uitstel van betaling. In die gevallen moet de belastingschuldige dus een afzonderlijk schriftelijk verzoek om uitstel van betaling indienen bij de ontvanger.
25.2.3.De beslissing op het verzoek om uitstel van betaling
In het algemeen wijst de ontvanger een verzoek om uitstel van betaling in verband met een bezwaarschrift toe als aan de in de artikelen 25.2.2, gestelde eisen is voldaan.
De ontvanger kan aan het uitstel voorwaarden verbinden. De toewijzende beslissing strekt zich niet verder uit dan tot het bestreden bedrag.
25.2.4.Uitstel in verband met een onderlinge overlegprocedure
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
25.2.5.Zekerheid bij uitstel in verband met bezwaar
Als voorwaarde voor het verlenen van uitstel van betaling kan de ontvanger zekerheid verlangen voor de bestreden belastingschuld. In beginsel vraagt de ontvanger alleen zekerheid, als de aard van de belastingschuld dan wel de omvang van de belastingschuld in relatie tot de verhaalsmogelijkheden die bij de ontvanger bekend zijn daartoe aanleiding geven. Daarnaast houdt de ontvanger bij zijn beslissing rekening met het aangifte- en betalingsgedrag van de belastingschuldige.
25.2.6.Onherroepelijke invorderingsmaatregelen voor bestreden belastingschuld
Zolang de belastingaanslag waartegen een bezwaarschrift is ingediend niet onherroepelijk vaststaat, treft de ontvanger voor de betwiste belastingschuld in beginsel geen onherroepelijke invorderingsmaatregelen.
Als echter aanwijzingen bestaan dat de belangen van de gemeente of de belangen van de belastingschuldige door het achterwege laten van onherroepelijke invorderingsmaatregelen worden geschaad, dan kan de ontvanger die maatregelen wel treffen.
Het leggen van beslag dat feitelijk dienst doet als een bewaringsmaatregel geldt niet als een onherroepelijke invorderingsmaatregel.
25.2.7.Verrekening tijdens uitstel in verband met bezwaar
Als de ontvanger uitstel heeft verleend, blijft verrekening van het bestreden bedrag met een teruggaaf op een andere belastingaanslag of andere uit te betalen bedragen achterwege, in afwachting van de uitspraak op het bezwaarschrift, tenzij anders is bepaald in deze leidraad onder artikel 24.
Ook kan hiervan worden afgeweken als de financiële situatie van de belastingschuldige zodanig is - bijvoorbeeld gelet op de solvabiliteit van diens onderneming in relatie tot de hoogte van de (bestreden) belastingschuld - dat vrees voor onverhaalbaarheid bestaat en verder niet voldoende zekerheid is gesteld.
Als de ontvanger overgaat tot verrekening, licht hij de belastingschuldige in bij de bekendmaking van de beschikking omtrent zijn beweegredenen.
25.2.8.Geen uitstel voor het niet bestreden bedrag
Als sprake is van een bestreden en niet-bestreden bedrag van een belastingaanslag, dan verleent de ontvanger uitstel onder de opschortende voorwaarde dat het niet-bestreden bedrag per omgaande dan wel tijdig wordt betaald.
Als niet per omgaande dan wel niet tijdig wordt betaald, wordt de invordering zonder nadere aankondiging voor de gehele belastingaanslag aangevangen dan wel voortgezet.
Een nieuw verzoek om uitstel voor de betreffende belastingaanslag in verband met bezwaar neemt de ontvanger pas in behandeling als het niet-bestreden gedeelte van de belastingaanslag is voldaan.
25.2.9.Ten onrechte uitstel voor het gehele bedrag van de belastingaanslag
De ontvanger trekt het uitstel van betaling in, als dit is verleend in verband met bezwaar voor het volledige bedrag van de belastingaanslag en later blijkt dat het bezwaar slechts betrekking heeft op een gedeelte van dat bedrag.
De ontvanger deelt daarbij mee dat hij een nieuw verzoek om uitstel voor de betreffende belastingaanslag in verband met bezwaar pas in behandeling neemt, als het niet-bestreden gedeelte van de belastingaanslag tijdig is voldaan.
25.3.Uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag
25.3.1. Uitstel in verband met een belastingteruggaaf en andere uit te betalen bedragen
Als binnen afzienbare tijd een door de ontvanger uit te betalen bedrag wordt verwacht kan de ontvanger, voor een gelijk bedrag, uitstel van betaling verlenen tot het moment waarop hij dit uit te betalen bedrag kan verrekenen met de belastingaanslag waarvoor uitstel wordt gevraagd.
Er is sprake van een binnen afzienbare tijd te verwachten belastingteruggaaf als:
het belastingjaar of belastingtijdvak waarover de teruggaaf wordt verwacht is afgelopen; en
de belastingschuldige een verzoek om teruggaaf heeft ingediend; en
over die teruggaaf tussen de inspecteur en de belastingplichtige geen verschil van mening bestaat.
25.3.2. Berekening van het uit te betalen bedrag bij uitstel
Bij het verzoek om uitstel moet een berekening van het uit te betalen bedrag zijn gevoegd. Als dit ontbreekt of onvoldoende is gemotiveerd, kan de ontvanger belastingschuldige in de gelegenheid stellen alsnog zijn verzoek (nader) te motiveren.
De ontvanger verleent in dit geval bij beschikking uitstel voor ten hoogste één maand na de dagtekening van de uitstelbeschikking. De ontvanger kan voor een langere periode uitstel verlenen als hij dit redelijk acht.
Als na het verstrijken van de gestelde termijn het verzoek niet (nader) is gemotiveerd, is het uitstel (van rechtswege) vervallen.
25.3.3. Beslissing op het verzoek om uitstel in verband met een uit te betalen bedrag
De ontvanger beslist (onder door hem te stellen voorwaarden) in het algemeen positief op een volledig gemotiveerd verzoek om uitstel van betaling. De toewijzende beslissing strekt zich niet verder uit dan tot het te verrekenen bedrag.
Het verschil tussen het bedrag van de belastingaanslag en het te verrekenen bedrag moet de belastingschuldige tijdig betalen. De ontvanger kan echter een betalingsregeling toestaan als daartoe aanleiding bestaat.
25.3.4. Verrekening en uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag
Uit te betalen bedragen waarop het uitstel geen betrekking heeft, verrekent de ontvanger met de openstaande belastingschuld waarvoor uitstel van betaling is verleend in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag.
Als volgens de ontvanger de continuïteit van de bedrijfsvoering direct gevaar loopt als gevolg van een eventuele verrekening van teruggaven en niet hoeft te worden gevreesd voor onverhaalbaarheid van de schuld, dan kan hij deze teruggaven (gedeeltelijk) uitbetalen.
25.4Uitstel in verband met betalingsproblemen
25.4.1Beslissing op een verzoek om uitstel in verband met betalingsproblemen
Als de belastingschuldige de belasting – geheel of gedeeltelijk – niet binnen de wettelijke betalingstermijn kan voldoen, kan de ontvanger aan de belastingschuldige op diens verzoek een betalingsregeling toestaan. De ontvanger kan daarbij voorwaarde stellen. Leidraad invordering publiekrechtelijk gemeente Medemblik artikel 25.5 en 25.6
Bij de beoordeling van het verzoek om uitstel spelen niet alleen de omstandigheden van dat moment een rol. Als de belastingschuldige in het verleden bijvoorbeeld niet heeft gereserveerd voor redelijkerwijs voorzienbare schulden of nalatig is geweest bij het doen van aangiften of betalingen, kan dit een rol spelen bij het toestaan en verlengen van een betalingsregeling of bij het stellen van voorwaarden bij een betalingsregeling. De ontvanger kan een betalingsregeling weigeren als de betalingsproblemen zijn terug te voeren op structurele problemen die geen perspectief bieden.
25.4.2.Uitstel en motorrijtuigenbelasting
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
25.4.3.Verrekening tijdens een betalingsregeling
Tijdens een betalingsregeling verrekent de ontvanger belastingteruggaven en andere teruggaven met een openstaande belastingschuld. Als daar aanleiding toe is, kan de ontvanger afzien van het verrekenen van bepaalde teruggaven.
25.4.4.Uitstel in verband met faillissement, WSNP en surséance
Faillissementsschulden en belastingaanslagen waarop de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing is, moet de ontvanger op de gebruikelijke wijze bij de curator dan wel de bewindvoerder aanmelden. Voor deze schulden treft de ontvanger geen betalingsregeling.
Zo lang onzeker is of alle boedelschulden uit de boedel kunnen worden voldaan kan de ontvanger voor de betaling daarvan uitstel verlenen.
De ontvanger kan tijdens een surséance van betaling op verzoek van de bewindvoerder uitstel van betaling verlenen voor de belastingschuld die voor de aanvang van de surséance materieel verschuldigd is geworden. De ontvanger stelt daarbij de voorwaarde dat de belastingschuldige nieuw opkomende verplichtingen stipt nakomt.
De ontvanger kan ook tijdens de wettelijke schuldsaneringsregeling onder de gebruikelijke voorwaarden uitstel van betaling verlenen voor belastingaanslagen waarop de wettelijke schuldsaneringsregeling niet van toepassing is.
Als voor belastingaanslagen zekerheid is gesteld, wint de ontvanger deze uit. Daarna informeert hij de curator dan wel de bewindvoerder over de wijziging in de hoogte van de belastingschuld.
25.5.Betalingsregeling voor particulieren
25.5.1.Duur betalingsregeling particulieren
De ontvanger verleent de belastingschuldige, die binnen 12 maanden na dagtekening van een aanslag een betalingsregeling aanvraagt, een betalingsregeling van maximaal 12 aaneengesloten termijnen. Voorwaarde is dat de betalingsregeling binnen 12 maanden na dagtekening geheel voldaan is en dat het termijnbedrag minimaal 50% van de betalingscapaciteit per maand bedraagt.
Slechts als er volgens de ontvanger bijzondere omstandigheden zijn, kan de ontvanger de belastingschuldige een langer termijn gunnen dan 12 maanden.
25.5.2.Voorwaarden aan betalingsregeling particulieren
De ontvanger kan aan het verlenen van uitstel verschillende voorwaarden verbinden, in ieder geval:
dat automatische incasso de voorkeur heeft;
dat als er geen gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid tot automatische incasso, belastingschuldige een aanvraagformulier betalingsregeling invult. Dit formulier wordt beoordeeld gelijk een kwijtscheldingsformulier. Artikel 26 van deze leidraad. Indien uit het verzoek blijkt dat de belastingschuldige over onvoldoende betalingscapaciteit en vermogen beschikt om zijn schuld te betalen, dan neemt de ontvanger dat verzoek ambtshalve in behandeling als een verzoek om kwijtschelding, Bij de beoordeling daarvan neemt de ontvanger de gehele belastingschuld in beschouwing. Art. 26.1.2 is in deze situatie niet van toepassing indien en voor zover de belastingschuldige gebruikt maakt van het daartoe ingestelde verzoekformulier voor uitstel van betaling en hij dit formulier volledig invult.
dat nieuw opkomende fiscale en andere financiële verplichtingen - waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen - tijdig worden nagekomen.;
zekerheid eisen als de aard en de omvang van de schuld in relatie tot de uitsteltermijn en de bekende verhaalsmogelijkheden daartoe aanleiding geven;
het aangifte- en betalingsgedrag in het verleden kan aanleiding zijn voor het eisen van zekerheid;
dat de belastingschuldige kwijtschelding aanvraagt.
De ontvanger kan echter op verzoek van de belastingschuldige toestaan dat nieuwe belastingaanslagen, waarvan het ontstaan of onbetaald laten niet aan de belastingschuldige kan worden toegerekend, in een bestaande betalingsregeling worden opgenomen. Voorwaarde is dat de belastingschuldige zijn gehele betalingscapaciteit al heeft ingezet in het kader van de bestaande betalingsregeling.
De ontvanger kan alvorens het uitstel te verlenen zekerheid eisen als de aard en de omvang van de schuld in relatie tot de uitsteltermijn en de bekende verhaalsmogelijkheden daartoe aanleiding geven. Ook het aangifte- en betalingsgedrag in het verleden kan aanleiding zijn voor het eisen van zekerheid.
25.5a Verlengde betalingsregeling in verband met illiquide vermogen
25.5a.1 Betalingsregeling bij illiquide vermogen
Aan de belastingschuldige bij wie – na aanwending van het eventuele overige vermogen dat niet bezwaarlijk liquide te maken is – sprake is van vermogen dat bezwaarlijk liquide te maken is als bedoeld in artikel 12, vijfde lid, van de regeling (hierna: illiquide vermogen) kan de ontvanger de reguliere uitsteltermijn van twaalf maanden waarin de belastingschuldige zijn betalingscapaciteit inzet, verlengen met inachtneming van het volgende.
De ontvanger verlengt de uitsteltermijn van twaalf maanden met ten hoogste 60 maanden. In deze periode dient de belastingschuldige een bedrag af te lossen gelijk aan maximaal de (over)waarde van het illiquide vermogen. Bij de maandelijkse termijnbetalingen houdt de ontvanger rekening met de betalingscapaciteit van de belastingschuldige.
Als de omstandigheden op grond waarvan de betalingsregeling is toegekend veranderen, is belastingschuldige verplicht de ontvanger zo spoedig mogelijk hierover te informeren. Voorts beoordeelt de ontvanger jaarlijks of er sprake is van een verandering van het inkomen. Als blijkt dat er wijzigingen hebben plaatsgevonden van het inkomen, berekent de ontvanger opnieuw de betalingscapaciteit van de belastingschuldige. De ontvanger past de betalingsregeling alleen aan als de betalingscapaciteit naar beneden moet worden bijgesteld.
Als gedurende de looptijd van de betalingsregeling een nieuwe belastingschuld ontstaat kan de ontvanger deze op verzoek van de belastingschuldige meenemen in de bestaande regeling, indien deze nieuwe belastingschuld binnen de resterende (maximale) betalingstermijn kan worden voldaan. Indien deze nieuwe belastingschuld vanwege onvoldoende betalingscapaciteit niet kan worden meegenomen in de bestaande betalingsregeling beëindigt de ontvanger de betalingsregeling.
25.5a.2 Onvoldoende betalingscapaciteit voor (voortzetten) betalingsregeling
Als een belastingschuldige niet of niet langer over voldoende betalingscapaciteit beschikt om de (over)waarde van zijn illiquide vermogen in (de resterende) 60 maanden te voldoen, dan wijst de ontvanger het verzoek om uitstel af of beëindigt de betalingsregeling. De ontvanger houdt de invordering aan voor een redelijke termijn zodat belastingschuldige het vermogen liquide kan maken dan wel op een andere manier een bedrag gelijk aan de (over)waarde van het vermogen kan voldoen.
25.5a.3 Redenen beëindigen betalingsregeling illiquide vermogen
In aanvulling op artikel 25.1.4. van deze leidraad en op de redenen tot beëindiging van de betalingsregeling genoemd in artikel 25.5a.1 en 25.5a.2, beëindigt de ontvanger de betalingsregeling eveneens als de gerechtigdheid tot het illiquide vermogen wijzigt.
25.6.Betalingsregeling voor ondernemers
25.6.1.Duur betalingsregeling ondernemers
Een betalingsregeling moet een zo’n kort mogelijke periode beslaan. Bij het vaststellen van de duur van de betalingsregeling houdt de ontvanger rekening met de omstandigheden, bijvoorbeeld de aard en de omvang van de schuld, de liquiditeit- en de vermogenspositie van de onderneming en het aangifte- en betalingsgedrag in het verleden.
De ontvanger verleent de belastingschuldige, die binnen 12 maanden na dagtekening van een aanslag een betalingsregeling aanvraagt, een betalingsregeling van maximaal 7 aaneengesloten termijnen. Voorwaarde is dat de betalingsregeling binnen 12 maanden na dagtekening geheel voldaan is.
25.6.2.Voorwaarden betalingsregeling ondernemers
Aan het verlenen van een betalingsregeling stelt de ontvanger de voorwaarde dat de belastingschuldige nieuw opkomende fiscale en andere financiële verplichtingen - waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen - bijhoudt.
Bovendien stelt de ontvanger de voorwaarde dat zekerheid wordt gesteld (zie artikel 25.1.13 van deze leidraad). De hoogte van de zekerheid moet gelijk zijn aan de schuld waarvoor uitstel wordt verzocht. De ontvanger kan zekerheid stellen door het leggen van beslag (on)roerende zaken.
25.6.3.Uitstelbeleid particulieren geldt voor ex-ondernemers
Voor ex-ondernemers is het uitstelbeleid van toepassing zoals dat geldt voor particulieren, ook als de belastingschuld betrekking heeft op de ondernemingsperiode.
25.6.4.Uitstel voor ondernemers en overheidssteun/subsidie
Als het de ontvanger bekend is dat van overheidszijde een onderzoek wordt ingesteld naar de mogelijkheid van subsidie- of steunverlening om de schuld te voldoen of een sanering mogelijk te maken, dan verleent de ontvanger uitstel van betaling als hij de verwachting heeft dat het verzoek door de (potentiële) subsidiënt zal worden gehonoreerd. De belastingschuldige moet dan wel aan de lopende verplichtingen voldoen.
25.7.Administratief beroep
25.7.1.Toetsing uitstelbeschikking door het college
Als de belastingschuldige het niet eens is met een door de ontvanger genomen beslissing op grond van artikel 25, eerst lid of tweede lid, van de wet kan de belastingschuldige daartegen administratief beroep instellen bij het college. De belastingschuldige moet het beroepschrift indienen bij de ontvanger die de beschikking heeft genomen.
Gedurende de behandeling van het beroepschrift handelt de ontvanger in overeenstemming het beleid dat wordt gevoerd als het verzoek om uitstel is toegewezen.
Als er aanwijzingen zijn dat de belangen van de gemeente kunnen worden geschaad, kan hij ondanks de behandeling van het beroep wel invorderingsmaatregelen treffen.
25.7.2.Beroepsfase uitstel
Met overeenkomstige toepassing van artikel 24 van de regeling geldt dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift veertien dagen bedraagt. Als uit het beroepschrift niet duidelijk blijkt waarop het beroep gebaseerd is, verzoekt de ontvanger de belastingschuldige het beroepschrift binnen een redelijke termijn (nader) te motiveren. De ontvanger wijst daarbij op een mogelijke niet-ontvankelijkverklaring bij het niet voldoen aan deze motiveringsplicht.
25.7.3.Beslissing college op beroepschrift bij uitstel
In alle gevallen waarin het college van de gemeente het beroep gegrond oordeelt, kan hij de zaak inhoudelijk afdoen, hetzij door het verzoek alsnog toe te wijzen, hetzij door het af te wijzen onder verbetering of vervanging van de gronden.
25.7.4.Niet tijdig beslissen op een verzoek om uitstel
De belastingschuldige kan beroep instellen bij het college tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op een verzoek om uitstel van betaling. Het indienen van een beroepschrift is in deze situatie niet aan een termijn gebonden.
Als tijdens de beroepsprocedure blijkt dat de ontvanger uitstel van betaling had moeten verlenen, dan hoeft het college niet te volstaan met de uitspraak dat de ontvanger niet tijdig heeft beslist, maar kan hij op het beroepschrift van de belastingschuldige inhoudelijk beslissen.
25.7.5.Beroep, bezwaar, of nieuw verzoek om uitstel van betaling bij de ontvanger
De ontvanger merkt een door de belastingschuldige gemaakt bezwaar tegen de beslissing op het verzoek om uitstel van betaling aan als een administratief beroep dat is gericht aan het college. Dit geldt ook als de belastingschuldige een nieuw verzoek om uitstel van betaling indient voor dezelfde belastingschuld waarvoor de ontvanger eerder een verzoek om uitstel van betaling geheel of gedeeltelijk heeft afgewezen en daarbij geen andere feiten of veranderde omstandigheden vermeldt.
In de hiervoor genoemde situaties geeft de ontvanger een nieuwe voor administratief beroep vatbare beschikking af als hij aanleiding ziet om een voor de belastingschuldige gunstigere beslissing te nemen.
Als de belastingschuldige een nieuw verzoek om uitstel van betaling doet voor dezelfde belastingschuld en hij vermeldt hierin andere feiten of veranderde omstandigheden, dan beslist de ontvangen op dat verzoek bij administratief beroep vatbare beschikking. Bij deze beslissing houdt hij rekening met deze andere feiten of veranderde omstandigheden, Dit geldt ook als het een belastingschuld betreft waarvoor het college al op een administratief beroep afwijzend heeft beslist.
Als de belastingschuldige opnieuw verzoek om uitstel van betaling ter zake van een belastingschuld waarvoor het college al op administratief beroep afwijzend heeft beslist zonder daarbij andere feiten of veranderde omstandigheden te vermelden, wijst de ontvanger dit verzoek af onder verwijzing naar de uitspraak van het college bij voor administratief beroep vatbare beschikking.
Artikel 25
Uitstel van betaling
Onderdeel van Leidraad publiekrechtelijke invordering gemeente Medemblik