**1..** Het college brengt een rangschikking aan in de aanvragen die op grond van dit hoofdstuk in aanmerking komen voor subsidie.
**2..** Bij de rangschikking van de aanvragen voor activiteiten op grond van dit hoofdstuk kent het college punten toe aan de hand van de volgende criteria en tot het daarbij vermelde maximumaantal:
uit de aanvraag blijkt dat de activiteit aanvullend is op het bestaande aanbod in Den Haag en aantoonbaar van meerwaarde is voor de jeugdigen of het gezin van de jeugdigen. Dit blijkt uit behoefteonderzoek onder jeugdigen of gezinnen van jeugdigen en ketenpartners:
er heeft een behoefteonderzoek plaatsgevonden waarmee is onderbouwd dat de activiteit aanvullend is en meerwaarde heeft: 6 punten;
er heeft een behoefteonderzoek plaatsgevonden waarmee is onderbouwd dat de activiteit aanvullend is of meerwaarde heeft: 3 punten;
er heeft geen behoefteonderzoek plaatsgevonden of er heeft een behoefteonderzoek plaatsgevonden waarmee onvoldoende is onderbouwd dat de activiteit aanvullend is of meerwaarde heeft: 0 punten;
de activiteit wordt uitgevoerd met inzet van vrijwilligers:
de activiteit wordt uitgevoerd door 75% vrijwilligers of meer: 4 punten;
de activiteit wordt uitgevoerd door 50% tot 75% vrijwilligers: 2 punten;
uit de aanvraag blijkt dat met een duidelijke werkwijze wordt gewerkt waarbij het traject in etappes is verdeeld om samen met de jeugdigen of het gezin van de jeugdigen te werken aan concrete doelen:
de kans is groot dat met de beschreven werkwijze concrete doelen worden behaald: 3 punten;
de kans is klein dat met de beschreven werkwijze concrete doelen worden behaald: 0 punten;
uit de aanvraag blijkt dat met uitvoering van de activiteit de zelfredzaamheid en het sociaal netwerk van de jeugdigen of het gezin van de jeugdigen worden versterkt:
de activiteit versterkt de zelfredzaamheid en het sociaal netwerk van de jeugdigen of het gezin: 4 punten;
de activiteit versterkt de zelfredzaamheid of het sociaal netwerk van de jeugdigen of het gezin: 2 punten;
de activiteit versterkt de zelfredzaamheid en het sociaal netwerk van de jeugdigen of het gezin niet: 0 punten;
het netwerk van de aanvrager is voldoende relevant en betrokken bij de activiteit om in staat te zijn jeugdigen of hun gezin naar de uit te voeren activiteit toe te leiden. Dit blijkt uit de kans dat de jeugdigen of hun gezin vanuit het netwerk van de aanvrager naar de activiteit worden doorgeleid:
de kans is groot dat de doelgroep naar de activiteit wordt doorgeleid door het netwerk van de aanvrager: 6 punten;
de kans is redelijk dat de doelgroep naar de activiteit wordt doorgeleid door het netwerk van de aanvrager: 3 punten;
de kans is klein dat de doelgroep naar de activiteit wordt doorgeleid door het netwerk van de aanvrager: 0 punten;
de aanvrager benadert de jeugdigen of hun gezin op een wijze die aansluit op hun behoefte. Dit blijkt uit de aanpak voor communicatie die de aanvrager gebruikt om de doelgroep op diverse en proactieve manieren te bereiken en de mate waarin de activiteiten voor de doelgroep zichtbaar en vindbaar zijn:
de kans is groot dat met de beschreven aanpak voor communicatie de doelgroep wordt bereikt: 6 punten;
de kans is redelijk dat met de beschreven aanpak voor communicatie de doelgroep wordt bereikt: 3 punten;
de kans is klein dat met de beschreven aanpak voor communicatie de doelgroep wordt bereikt: 0 punten;
de aanvrager maakt bij de uitvoering van de activiteit gebruik van één of meerdere bewezen effectieve interventies. Dit blijkt uit de wetenschappelijke onderbouwing van die interventies:
alle interventies die bij de uitvoering van de activiteit worden ingezet zijn opgenomen in de Databank Effectieve jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut: 4 punten;
een deel van de interventies die bij de uitvoering van de activiteit worden ingezet is opgenomen in de Databank Effectieve jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut of zijn op een andere wijze wetenschappelijk onderbouwd of bewezen effectief: 2 punten;
geen van de te gebruiken interventies zijn wetenschappelijk onderbouwd of bewezen effectief: 0 punten.
**3..** Een aanvraag komt alleen voor subsidie in aanmerking als daaraan minimaal 20 punten zijn toegekend.
**4..** Wanneer het totaalbedrag van de te honoreren aanvragen hoger is dan het vastgestelde subsidieplafond op grond van dit hoofdstuk, honoreert het college de aanvragen in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het vastgestelde subsidieplafond bereikt is.
**5..** Als aanvragen na toepassing van het vierde lid gelijk zijn gerangschikt, stelt het college de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast aan de hand van de hoogte van het aangevraagde subsidiebedrag waarbij het laagste bedrag voorgaat.
**6..** Als aanvragen na toepassing van het vijfde lid gelijk zijn gerangschikt, stelt het college de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.
Hoofdstuk 4
Artikel 4:5
Wijze van verdeling
Onderdeel van Subsidieregeling jeugdpreventie Den Haag 2026