Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2

Vrijlaten van giften in individuele gevallen

Onderdeel van Verzamelbeleidsregel Participatiewet in balans fase 1 Heemstede 2026

1.. Giften, voor zover de som van deze giften en de bijdragen, bedoeld in artikel 18, achtste lid, niet meer bedraagt dan € 1.200,-- per kalenderjaar worden niet tot de middelen van belanghebbende gerekend conform artikel 31, tweede lid, onderdeel m van de wet. 2.. Hiernaast worden giften uitgezonderd van de middelen als deze naar het oordeel van het college in het individuele geval en uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel s, van de wet. 3.. Het college beschouwt de volgende categorieën giften in ieder geval als verantwoord: giften die worden verstrekt en ingezet voor kosten waarvoor anders bijzondere bijstand verstrekt had kunnen worden; giften die worden verstrekt en ingezet voor medisch noodzakelijke kosten; giften die worden verstrekt en ingezet voor het aflossen van schulden voor huur, energielasten, zorgverzekering of ter beschikking worden gesteld van een schuldregeling; giften die worden verstrekt en ingezet voor scholing en opleiding die bijdragen aan de arbeidsinschakeling, waaronder het behalen van het rijbewijs; giften in natura die worden verstrekt door charitatieve instellingen, zoals de voedselbank, sociale fondsen en hulporganisaties.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel