**1..** Er is geen sprake van draagkracht als het inkomen gelijk is aan of minder is dan 120% van de geldende bijstandsnorm per jaar, inclusief vakantiegeld.
**2..** Het inkomen kan minder worden door buitengewone uitgaven. Er is alléén sprake van buitengewone uitgaven als de inwoner voor die uitgaven geen financiële tegemoetkoming krijgt.
We zien de volgende kosten als buitengewone uitgaven die we aftrekken van het inkomen vóórdat we de draagkracht berekenen:
woonkosten, tot het verschil tussen de maximaal mogelijke huurtoeslag op basis van een inkomen op bijstandsniveau en de in werkelijkheid ontvangen huurtoeslag.
reiskosten voor woon-werkverkeer die de belanghebbende zelf betaalt. Dit geldt alleen als deze kosten noodzakelijk zijn en de belanghebbende geen andere vergoeding krijgt. De kosten die we meenemen bij de berekening van de draagkracht, stellen we vast op basis van openbaar vervoer tweede klas. Of – als de belanghebbende eigen vervoer gebruikt – op basis van de maximaal fiscaal vrijgestelde kilometervergoeding. De afstand bepalen we aan de hand van de kortste route volgens de ANWB-routeplanner. De eerste 10 kilometer enkele reis nemen we niet mee in de berekening.
de verschuldigde en betaalde alimentatie en onderhoudsbijdragen die zijn vastgelegd in een convenant of een rechterlijke uitspraak.
de toegepaste draagkracht bij de gemeentelijke belastingen.
**3..** Bij het bepalen van de draagkracht nemen we het inkomen volledig mee als het hoger is dan de bijstandsnorm. Dit geldt voor de volgende kosten:
duurzame gebruiksgoederen
noodzakelijke bestaanskosten van jongeren van 18, 19 of 20 jaar
woonlasten
schulden en schuldsanering
verhuizing
woninginrichting en kosten van suppletie
uitvaart
**4..** Er is geen draagkracht uit inkomen als de belanghebbende:
begint met het maandelijks aflossen van of het maken van reserveringen voor een schuldregeling via een schuldregelende organisatie.
in de wettelijke schuldsanering (Wsnp) zit.
Dit geldt voor de volledige duur van deze regelingen.
** 5. .** Voor belanghebbenden die permanent in een instelling verblijven en bijzondere bijstand aanvragen, gaan we bij de beoordeling van de draagkracht uit inkomen uit van de bijstandsnorm voor een alleenstaande, zoals bedoeld in de artikelen 21 en 22 van de Participatiewet. Bij de vaststelling van de draagkracht houden we geen rekening met de verschuldigde eigen bijdrage volgens de Wet langdurige zorg (Wlz). Deze bijdrage zien we als onderdeel van de woonlasten in een instelling. Daarom komen ze niet afzonderlijk in aanmerking voor aftrek of compensatie binnen de draagkrachtberekening.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.5
Artikel 3.5.2
Draagkracht uit inkomen
Onderdeel van Richtlijnen bijzondere bijstand Laren 2026