**1..** Omvang perceel en aantal schuilgelegenheden
Per perceel met een oppervlakte van ten minste 1.500 m² is maximaal één schuilgelegenheid toegestaan.
De maximaal toegestane oppervlakte van de schuilgelegenheid is afhankelijk van de perceelsgrootte:
1.500 – 5.000 m² → maximaal 20 m²;
5.000 – 10.000 m² → maximaal 25 m²;
10.000 – 20.000 m² → maximaal 30 m².
De maximale oppervlakte bedraagt nooit meer dan 30 m².
Het perceel dient zelfstandig in gebruik te zijn voor het houden van dieren en mag niet uitsluitend zijn afgesplitst met het doel een extra schuilgelegenheid te realiseren.
De omvang van de schuilgelegenheid moet in verhouding staan tot het aantal en type dieren. Het college beoordeelt dit op basis van de door de aanvrager aangeleverde gegevens, waaronder het aantal en type dieren zoals bedoeld in artikel 1, zesde lid.
**2..** Afmetingen
Een schuilgelegenheid mag maximaal hebben:
een goothoogte van 2,0 meter;
een nokhoogte van 3,0 meter;
een oppervlakte van maximaal 30 m².
**3..** Materiaal en uitstraling
De schuilgelegenheid wordt uitgevoerd in hout of een ander natuurlijk, landschappelijk passend materiaal.
Toegestane kleuren zijn houtkleur, bruin of donkergroen.
De schuilgelegenheid heeft een eenvoudige en functionele vormgeving die past bij het landelijke karakter van het buitengebied.
Het college beoordeelt of de uitvoering en uitstraling van de schuilgelegenheid passend zijn in het landschap.
Indien van toepassing wordt tevens getoetst aan het geldende welstands- of beeldkwaliteitsbeleid van de gemeente Stein.
**4..** Situering en landschappelijke inpassing
Schuilgelegenheden worden uitsluitend toegestaan:
bij voorkeur aan de randen van het perceel;
bij voorkeur in aansluiting op bestaande landschappelijke elementen, zoals bosschages, houtwallen, hagen, beplanting of erfafscheidingen;
mits deze niet leidt tot aantasting van zichtlijnen of de openheid van het landschap.
Indien plaatsing bij bestaande landschapselementen niet mogelijk is, kan het college landschappelijke inpassing verlangen, bijvoorbeeld door aanplant van een haag, struweel of andere gebiedseigen beplanting.
**5..** Gebruik
Het gebruik van de schuilgelegenheid is uitsluitend toegestaan ten behoeve van het schuilen van dieren en niet voor stalling of opslag.
In ieder geval niet toegestaan is:
het opslaan van stro, mest, grote hoeveelheden voer of andere materialen;
het afsluiten van de schuilgelegenheid met deuren of wanden waardoor feitelijk een stal ontstaat;
permanente bewoning of recreatief gebruik.
In afwijking van het eerste lid is het toegestaan een beperkte hoeveelheid materialen en voer op te slaan die noodzakelijk zijn voor de verzorging van de aanwezige dieren, zoals klein materieel (bijvoorbeeld een schep, kruiwagen of afrasteringsmateriaal) en diervoer.
Deze materialen mogen uitsluitend worden opgeslagen in een in de schuilgelegenheid geïntegreerde opbergruimte, zodat het opgeslagen materiaal zoveel mogelijk aan het zicht wordt onttrokken.
De schuilgelegenheid blijft zodanig uitgevoerd dat dieren vrij in en uit kunnen lopen.
**6..** Noodzaak
De aanvrager toont de noodzaak van de schuilgelegenheid aan. Hiertoe worden in ieder geval overgelegd:
een situatietekening van het perceel;
een opgave van het aantal en type dieren;
foto’s van de bestaande situatie;
een motivering waaruit blijkt dat op het perceel onvoldoende natuurlijke beschutting aanwezig is.
De noodzaak voor een schuilgelegenheid wordt in ieder geval aanwezig geacht indien:
het perceel geen bomen, bebouwing of andere natuurlijke beschutting bevat die bescherming biedt tegen weersinvloeden; en
op het perceel dieren worden gehouden die langdurig buiten verblijven en beschutting nodig hebben tegen extreme weersomstandigheden.
Het college beoordeelt de noodzaak aan de hand van:
het aantal en type dieren;
de omvang en ligging van het perceel;
de aanwezigheid van natuurlijke beschutting, zoals bomen, houtwallen of bestaande bebouwing.
**7..** Ligging ten opzichte van het bouwperceel
In beginsel worden schuilgelegenheden alleen toegestaan op solitair gelegen weilanden. Indien een weiland direct grenst aan het bouwperceel waarop de woning van de aanvrager is gelegen, geldt als uitgangspunt dat een schuilgelegenheid binnen het bouwperceel en binnen de geldende bebouwingsregels wordt gerealiseerd. Hiermee wordt voorkomen dat extra bebouwing in het open buitengebied ontstaat terwijl op het bestaande erf reeds bebouwingsmogelijkheden aanwezig zijn.
**8..** Hobbymatig gebruik
De schuilgelegenheid is uitsluitend toegestaan voor het houden van hobbydieren door een particulier. Het gebruik van de schuilgelegenheid ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten, zoals bedoeld in artikel 2.1, is niet toegestaan.
**9..** Verlichting
Verlichting bij of aan de schuilgelegenheid is niet toegestaan.
**10..** Verharding
De schuilgelegenheid mag niet worden voorzien van verharding.
In afwijking van het eerste lid is beperkte functionele verharding toegestaan indien dit noodzakelijk is voor het dierenwelzijn, bijvoorbeeld ter voorkoming van moddervorming of vertrapping direct bij de ingang van de schuilgelegenheid.
Deze verharding blijft beperkt tot het directe gebruik bij de schuilgelegenheid en bestaat bij voorkeur uit waterdoorlatende materialen, zoals grind, halfverharding, grasbetontegels of vergelijkbare materialen.
**11..** Constructie
De schuilgelegenheid dient eenvoudig demontabel of verplaatsbaar te zijn. Dit betekent dat de schuilgelegenheid:
zonder ingrijpende sloopwerkzaamheden kan worden verwijderd; en
niet is voorzien van een permanente fundering, zoals een gestorte betonfundering of heipalen.
Artikel 1
– TOETSINGSCRITERIA
Onderdeel van Beleidsregel schuilgelegenheden in het buitengebied gemeente Stein