De hoogte van de subsidie wordt bepaald naar rato van de werkelijke uitvoeringsduur, door het in bijlage 1 vastgestelde tarief per activiteit (p) te vermenigvuldigen met het aantal geleverde eenheden (q).
De in bijlage 1 genoemde tarieven zijn landelijke tarieven, uitgedrukt in het prijspeil van het kalenderjaar 2026.
De in het eerste lid bedoelde tarieven worden jaarlijks geïndexeerd. De indexering bestaat voor 90% uit de OVA-index voor personele kosten en voor 10% uit de PPC-index voor materiële kosten.
Er vindt een voorlopige én een definitieve indexering plaats. Het tarief voor het betreffende subsidiejaar (=t) wordt gebaseerd op de voorlopige indexering voor dat jaar; het effect van de definitieve indexering van jaar t wordt verwerkt in het tarief van t+1.
Pupilkosten worden aangemerkt als subsidiabele kosten, voor zover deze voldoen aan de kaders als bedoeld in Bijlage 2, zijnde de ‘Inhoudelijke lumpsumregeling bijzondere kosten Limburg 2027’ – Jeugdbescherming.
Artikel 8.
Hoogte van de subsidie en indexering
Onderdeel van SUBSIDIEREGELING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING REGIO NOORD-LIMBURG 2027