Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Onaanvaardbaar gedrag van de leerling binnen het vervoer

Onderdeel van Nadere regels leerlingenvervoer gemeente Woudenberg 2025

De leerling die gebruik maakt van aangepast vervoer op grond van een toegekende vervoersvoorziening, kan bij herhaald gedrag dat de orde of veiligheid in het voertuig verstoort, zoals agressief gedrag, een tijdelijke ontzegging of een ontzegging van de toegang tot het vervoer voor de rest van het schooljaar opgelegd krijgen. Uitgangspunt is dat het vervoer altijd veilig wordt uitgevoerd. De veiligheid van medeleerlingen, chauffeur en de verkeersveiligheid mogen niet in het geding zijn. Een schorsing van de leerling in het vervoer ontslaat ouders en of de leerling niet van de verplichting tot het bezoeken van de school. Ouders dragen zorg en verantwoordelijkheid voor het gedrag van hun kind binnen het vervoer. Hierbij worden de volgende stappen gevolgd: Klachten worden in beginsel door de vervoerder opgelost volgens de klachtenprocedure De vervoerder brengt de ouders op de hoogte van het gedrag van de leerling: mondeling en bevestigd via mail of brief; Wanneer een klacht niet met de vervoerder wordt opgelost, neemt het college kennis van de informatie van het agressieve en/of ongewenste gedrag van de leerling en bespreekt dit met de ouders; Als de conclusie van het onderzoek van het college is dat het voorval is terug te voeren op de lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking van de leerling dan wordt met vervoerder, ouders en eventueel de school een passende oplossing gezocht (bijv. begeleiding in het aangepast vervoer of eigen vervoer). Als de conclusie van het onderzoek van het college is dat het voorval niet is terug te voeren op de beperking van de leerling dan neemt het college de beslissing over het al dan niet sanctioneren van de leerling en over de hoogte van de sanctie. Als bij het incident leerlingen van verschillende gemeenten zijn betrokken, hebben deze gemeenten, voordat een sanctie wordt opgelegd, eerst onderling overleg en afstemming. Voordat een beschikking wordt verstuurd vindt een gesprek plaats met de ouders. Afhankelijk van de ernst en herhaling van het incident ontvangen de ouders van het college een beschikking met: een schriftelijke waarschuwing of een tijdelijke uitsluiting of een (tijdelijke) uitsluiting zonder voorafgaande waarschuwing. In een schriftelijke waarschuwing wordt in elk geval medegedeeld dat: de leerling gedurende het onderzoek niet wordt vervoerd met het aangepast vervoer; de leerling, bij herhaling van ongewenst gedrag, voor een termijn van maximaal vier weken wordt uitgesloten van aangepast vervoer; Bij een tijdelijke uitsluiting geldt dat er sprake moet zijn van herhaald agressief en/of ongewenst gedrag dat plaatsvindt binnen een periode van twaalf maanden na de datum van de eerste waarschuwingsbrief. Er vindt opnieuw onderzoek plaats als onder artikel 3 sub b beschreven. Daarna ontvangen de ouders onder verwijzing naar de eerste waarschuwingsbrief een tweede brief waarin in elk geval wordt meegedeeld, dat: vanwege de herhaling van het agressieve en/of ongewenste gedrag de leerling voor een termijn van één dag tot vier weken wordt uitgesloten van enige vorm van leerlingenvervoer; wanneer de leerling zich na de schorsing opnieuw schuldig maakt aan ongewenst gedrag, de leerling dan wordt uitgesloten van het aangepaste vervoer met een maximum van twee maanden excl. vakanties. In een schriftelijke waarschuwing wordt in elk geval medegedeeld dat: bij herhaling van ongewenst gedrag de leerling voor een termijn van maximaal vier weken uitgesloten wordt van aangepast vervoer. wanneer de leerling zich na de schorsing opnieuw schuldig maakt aan ongewenst gedrag, de leerling dan wordt uitgesloten van aangepast vervoer met een maximum van twee maanden excl. vakanties. wanneer de leerling zich vervolgens na de schorsing opnieuw schuldig maakt aan ongewenst gedrag, de leerling dan wordt uitgesloten voor de rest van het schooljaar.

Rechtspraak bij dit artikel