Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.2

Noodzakelijkheid

Onderdeel van Beleidsregels artikel 13b Opiumwet (Damoclesbeleid) gemeente Blaricum 2026

Bij de invulling van de noodzakelijkheid van de toepassing van de bevoegdheid wordt aan de hand van de ernst en omvang van de overtreding beoordeeld of sluiting van een pand noodzakelijk is. Een verstoring van de openbare orde (of de vrees daarvoor) is niet vereist om te oordelen dat de tijdelijke sluiting van een pand noodzakelijk is, maar kan wel gebruikt worden om die noodzaak te onderbouwen. Een sluiting kan bijvoorbeeld ook noodzakelijk zijn: als sprake is van een grote hoeveelheid drugs, ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij het pand, als er in dezelfde buurt al vaker woningen zijn gesloten na de vondst van drugs, als het pand bekend staat als een locatie waar drugs verkregen kunnen worden, bij recidive, of om een signaal te geven dat overtreding van de Opiumwet niet toelaatbaar is. Voor de beoordeling van de ernst en omvang van de overtreding is onder meer van belang of de aangetroffen drugs feitelijk in of vanuit het pand werden verhandeld. Met een sluiting wordt de bekendheid van het pand als drugspand weggenomen en wordt de ‘loop’ naar het pand eruit gehaald. Daarmee wordt beoogd om het pand aan het drugscircuit te onttrekken. Dat drugs feitelijk in of vanuit het pand werden verhandeld, kan bijvoorbeeld blijken uit meldingen bij de politie over mogelijke handel vanuit het pand, verklaringen van buurtbewoners of het aantreffen van attributen die duiden op handel vanuit het pand zoals gripzakjes, ponypacks en/of een (grammen)weegschaal. Als er geen of weinig aanwijzingen zijn dat in of vanuit het pand drugs werden verhandeld, afgeleverd, verstrekt, of daartoe aanwezig waren, dan zal de burgemeester – als hij/zij zich op het standpunt stelt dat daarvan wél sprake was – nader moeten onderbouwen waarom dat het geval was. Slaagt de burgemeester hierin niet of onvoldoende, dan zal er doorgaans minder snel sprake zijn van een noodzaak tot sluiting. Overigens is overlast niet noodzakelijk om van de bevoegdheid van artikel 13b Opiumwet gebruik te maken. Zie bijvoorbeeld uitspraak van de RvS ECLI:NL:RVS:2020:1333. Sluiting blijft nog steeds mogelijk als sprake is van een ernstige situatie. De ernst van de situatie wordt bepaald aan de hand van de later in deze beleidsregel opgenomen indicatoren (artikel 3). Als aanwijzingen dat drugs in of vanuit het pand werden verhandeld ontbreken, en ook andere omstandigheden ontbreken die volgens de overzichtsuitspraak van belang zijn bij de beoordeling van de noodzaak van sluiting, kan niet worden gesproken van een ernstige situatie. Daarbij gaat het onder meer om omstandigheden zoals de aanwezigheid van harddrugs, een recidivesituatie of de ligging van het pand in een voor drugscriminaliteit kwetsbare wijk. In een dergelijk geval kan dit ertoe leiden dat geen noodzaak bestaat om het pand te sluiten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel