**1..** Het college verleent, conform artikel 9, tweede lid van de Participatiewet, of artikel 37a, eerste lid IOAW/IOAZ tijdelijk ontheffing van de arbeidsplicht en de verplichting tot het verrichten van onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden aan een uitkeringsgerechtigde met ernstige medische of sociale belemmeringen die als gevolg hiervan niet of nauwelijks in staat kan worden geacht om de arbeidsplicht na te komen. De ontheffing staat in relatie tot de arbeidsmogelijkheden.
**2..** Van dringende redenen als bedoeld in artikel 9, tweede lid van de wet, is sprake indien een of meerdere acute en/of verslechterende klachten en beperkingen bij belanghebbende de inschakeling in het arbeidsproces onmogelijk maken.
**3..** De medische of sociale belemmeringen, alsmede de arbeidsmogelijkheden worden in beginsel door een onafhankelijk extern deskundige beoordeeld. Alleen als al wordt beschikt over bewijsstukken die voldoende aantonen dat belanghebbende niet in staat is om te werken door medische of sociale belemmeringen kan worden afgeweken van het inwinnen van advies bij een onafhankelijk extern deskundige.
**4..** Het college verleent een ontheffing voor de duur van de beperkingen tot maximaal twaalf maanden. Indien er na deze periode nog steeds sprake is van belemmeringen zoals genoemd in het eerste lid, kan ontheffing worden verleend voor de duur van maximaal 36 maanden.
**5..** De re-integratieplicht, zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid onder b, van de Participatiewet, blijft gedurende de periode van ontheffing van kracht.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 3.
Artikel 2.12
Tijdelijke ontheffing vanwege dringende redenen van medische of sociale aard
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet Ermelo, Harderwijk en Zeewolde 2026