**1..** Het college verhoogt de norm van de jongere onder de 21 jaar met het bedrag genoemd in artikel 20, derde lid, Participatiewet, indien de belanghebbende voor de kosten van levensonderhoud geen beroep kan doen op zijn ouders, omdat:
de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn: of
de belanghebbende redelijkerwijs het onderhoudsrecht jegens de ouders niet te gelde kan maken.
**2..** De jongere als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b wordt in ieder geval geacht het onderhoudsrecht redelijkerwijs niet te gelde kunnen maken als:
de ouder(s) is/zijn overleden of in het buitenland woont/wonen en daar onbereikbaar zijn;
de belanghebbende in het kader van de Jeugdwet buiten het gezinsverband van zijn ouder(s) is geplaatst;
er sprake is van een aantoonbaar vastgestelde ernstig verstoorde relatie met de ouder(s).
**3..** De verhoging, bedoeld in artikel 20, derde lid, Participatiewet, in combinatie met de normen, bedoeld in artikel 20, eerste en tweede lid, Participatiewet, is niet hoger dan de norm die geldt voor een 21-jarige of ouder, doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, in een vergelijkbare situatie.
**4..** Het college kan conform artikel 18, eerste lid, Participatiewet bijzondere bijstand voor de noodzakelijke kosten van levensonderhoud verstrekken, indien de verhoging zoals bedoeld in het eerste lid niet toereikend is gelet op de noodzakelijke kosten van de belanghebbende.
**5..** De hoogte van de bijzondere bijstand zoals bedoeld in het vierde lid van de alleenstaande of gehuwde jongere betreft maximaal het verschil tussen de verhoging, bedoeld in artikel 20, derde lid, Participatiewet, in combinatie met de normen, bedoeld in artikel 20, eerste en tweede lid, Participatiewet, en de norm voor een 21-jarige of ouder, doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, in een vergelijkbare situatie.
**6..** De gemeente behandelt de aanvraag van een jongere van 18, 19 of 20 jaar, ingediend tot de dag vóór 1 januari 2026, op grond van artikel 12 van de Participatiewet, ook als de behandeling van de aanvraag na 1 januari 2026 plaatsvindt. De aanvulling wordt verstrekt in de vorm van bijzondere bijstand.
**7..** Indien er reeds bijzondere bijstand voor de jongere van 18, 19 of 20 jaar is verstrekt op grond van artikel 12 Participatiewet, blijft de bijzondere bijstand voor de resterende periode doorlopen.
**8..** Indien de bijzondere bijstand genoemd in het zevende lid lager is dan het bedrag genoemd in artikel 20, derde lid, Participatiewet, zal het bedrag worden verhoogd tot het bedrag genoemd in artikel 20, derde lid, Participatiewet.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 3
Artikel 4.10
Aanvullende bijstand voor levensonderhoud voor jongeren
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet Ermelo, Harderwijk en Zeewolde 2026