De woonkostentoeslag is een tijdelijke financiële bijdrage van de gemeente (als vorm van bijzondere bijstand) om de huur of hypotheek te kunnen betalen. U kunt Woonkostentoeslag aanvragen als u buiten uw schuld om de woonkosten niet meer kunt dragen en geen (volledig) recht heeft op huurtoeslag.
Woonlasten behoren in beginsel tot de algemene kosten van bestaan en dienen uit het periodieke inkomen te worden voldaan. In bijzondere omstandigheden kan een woonkostentoeslag worden verstrekt als belanghebbende niet in staat is de woonlasten uit het beschikbare inkomen te voldoen.
De belanghebbende komt in aanmerking voor woonkostentoeslag wanneer belanghebbende:
een eigen woning bewoont en hierdoor geen aanspraak kan maken op de Wet op de huurtoeslag,
of;
een huurwoning bewoont en er geen aanspraak kan worden gemaakt op de Wet op de huurtoeslag, of;
een huurwoning bewoont waarbij de woonlasten, ondanks aanspraak op de Wet op de huurtoeslag, een restnoodzaak creëren die de draagkracht overschrijdt.
Hoogte woonkostentoeslag bij een huurwoning
Bij een huurwoning is de hoogte van de toeslag gelijk aan de gemiste huurtoeslag, dan wel ter compensatie van de huurtoeslag die is komen te vervallen wegens de uitsluiting van servicekosten uit de subsidiabele huurprijs.
wanneer de huurtoeslag wordt ontvangen, maar de kale huurprijs de maximale subsidiabele huurgrens van de Wet huurtoeslag (zoals jaarlijks vastgesteld) overschrijft, kan een aanvullende toeslag worden toegekend ter compensatie van de niet-gesubsidieerde huurcomponent. Deze toeslag bedraagt het verschil tussen de kale huurprijs en de maximaal vastgestelde subsidiabele huurgrens van de Wet op de huurtoeslag, verminderd met de individueel vastgestelde draagkracht van de belanghebbende.
Hoogte woonkostentoeslag bij een eigen woning
De hoogte van de woonkostentoeslag bij een eigen woning wordt per maand vastgesteld volgens de berekening van de Wet op de huurtoeslag. Voor het vaststellen van de rekenhuur bij een eigen woning worden de volgende kosten van de door belanghebbende daadwerkelijke bewoonde woning in ogenschouw genomen:
de hypotheekrente voor de eigen woning;
de onroerende zaakbelasting (eigenaarsgedeelte);
de rioolheffingen (eigenaarsgedeelte);
de waterschapslasten (eigenaarsgedeelte);
de premie van de opstalverzekering.
Indien de kosten genoemd in lid 4 meer bedragen dan de maximale huurgrens, wordt de hoogte van de woonkostentoeslag tot het bedrag van de maximale huurgrens vastgesteld, volgens de berekening van de Wet op de huurtoeslag. Vervolgens wordt dit verhoogd met het verschil tussen de maximale huurgrens en de kosten voor de eigen woning.
Aan de belanghebbende aan wie de woonkostentoeslag wordt verstrekt, wordt op grond van artikel 55 van de P-wet een inspanningsverplichting opgelegd om de woonlasten in overeenstemming te brengen met zijn financiële middelen. De daartoe behorende verplichtingen worden individueel beoordeeld en vastgelegd in de toekenningsbeschikking.
De woonkostentoeslag wordt in beginsel toegekend voor zes maanden en gaat op zijn vroegst in op de eerste van de maand waarin de aanvraag is ingediend.
Verlenging met (steeds) dezelfde periode is toegestaan, mits de belanghebbende zich voldoende heeft ingespannen om de woonlasten in overeenstemming te brengen met zijn financiële middelen.
Wanneer de belanghebbende eigenaar is van een door hemzelf of zijn gezin bewoonde woning, waarvan de overwaarde de vrijlating zoals bedoeld in artikel 34 lid 2 sub d van de Participatiwet overschrijdt, wordt de woonkostentoeslag toegekend in de vorm van een geldlening.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 3
Artikel 4.12
Woonkostentoeslag
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet Ermelo, Harderwijk en Zeewolde 2026