**1..** De draagkracht die in aanmerking wordt genomen bij de beoordeling van de bijzondere bijstand wordt vastgesteld met inachtneming van de middelen als bedoeld in artikel 35 van de Participatiewet.
**2..** Bij de bepaling van aanwezige draagkracht wordt in ieder geval rekening gehouden met de draagkrachtperiode, het vermogen en het inkomen.
**3..** Voor de vaststelling van de draagkracht zijn eveneens de bepalingen zoals benoemd in Hoofdstuk 3 van deze beleidsregels van toepassing.
**4..** Het college laat voor de bepaling van de draagkracht buiten beschouwing:
het inkomen in de vorm van een particuliere oudedagsvoorziening, zoals bedoeld in artikel 33, vijfde lid van de Participatiewet;
de middelen zoals genoemd in artikel 31, lid 2 van de Participatiewet;
de voor de persoon of het gezin algemeen gebruikelijke bezittingen in natura als bedoeld in artikel 34, tweede lid, sub a van de wet;
Het vermogen in de eigen woning, bedoeld in artikel 34, lid 2 sub d van de Participatiewet, voor zover dit vermogen minder bedraagt dan het bedrag genoemd in artikel 34 lid 2 sub d van de Participatiewet.
**5..** Bij een vermogen hoger dan de geldende vermogensgrens, zoals genoemd in artikel 34, lid 3 van de wet, is er geen recht op bijzondere bijstand.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 2
Artikel 4.4
Algemene bepalingen draagkracht
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet Ermelo, Harderwijk en Zeewolde 2026