Het college kan in het geval van een vordering op grond van de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ zo spoedig als mogelijk onderzoeken of verrekening in de zin van artikel 60 lid 3 of 4 Participatiewet, artikel 28 lid 2 en 3 IOAW en artikel 28 lid 2 en 3 IOAZ mogelijk is. Indien dit mogelijk is, dan zal het college overgaan tot het inhouden van de vordering op de lopende uitkering levensonderhoud, rekening houdend met de beslagvrije voet zoals omschreven in artikel 475dc Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 7.
Inhouden op uitkering
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering, invordering en boete voor de Participatiewet, IOAW en IOAZ Ermelo, Harderwijk en Zeewolde 2026