Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.2

Artikel 6.2.1

Beëindiging voorziening

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2026

Wmo | Jeugdwet 1.. De gemeente kan een voorziening beëindigen als: de voorziening niet langer passend of nodig is; er gebruik gemaakt kan worden van een andere voorziening; de inwoner zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die aan de voorziening zijn verbonden; de voorziening is verstrekt op grond van (bij Wmo-hulp met opzet) aangeleverde onjuiste of onvolledige gegevens van de inwoner; de gemeente niet langer kan vaststellen of een voorziening kan worden voortgezet, omdat de inwoner onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening; de voorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld; de inwoner niet binnen zes maanden, of vijftien maanden bij een woningaanpassing gebruik heeft gemaakt van de voorziening, tenzij hem dat niet te verwijten is; de inwoner met een pgb niet in het hoofdverblijf verblijft: het pgb kan dan na 6 weken worden beëindigd. 2. Als de inwoner in een ziekenhuis of instelling verblijft wordt de lopende pgb tot maximaal een maand na opname doorbetaald aan de zorgverlener. Na deze maand wordt de situatie opnieuw beoordeeld en wordt door de gemeente besloten welke hulp noodzakelijk is, welke financiering daarbij passend is. Het pgb kan dan beëindigd worden. 3.. De voorziening kan met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken).

Rechtspraak bij dit artikel