Het college kan een omgevingsvergunning voor een mantelwoning verlenen indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
De mantelwoning:
moet voldoen aan de bouwregelgeving op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
is aangesloten op de nutsvoorzieningen en riolering van de hoofdwoning;
is bereikbaar vanuit de openbare weg;
Beschikt over een eigen voordeur;
beschikt over minstens één eigen parkeerplaats op eigen terrein. Deze parkeerplaats is aanvullend ten opzichte van de ten tijde van de aanvraag bestaande parkeervoorzieningen van de hoofdwoning;
heeft een oppervlakte van minimaal 30 en maximaal 100 m2
past binnen de bestaande bouw- en afwijkingsmogelijkheden op grond van het omgevingsplan.
Ten behoeve van de mantelwoning wordt geen eigen erf of inrit gerealiseerd;
Per hoofdwoning is sprake van maximaal één mantelwoning en de mantelwoning is niet gelijktijdig aanwezig met een mantelzorgwoning of enige andere vorm van afhankelijke woonvoorziening;
Er is sprake van bloedverwantschap in de eerste of tweede graad tussen ten minste één van de beoogde mantelwoner(s) en één van de bewoners van de hoofdwoning;
Er vindt geen onevenredige aantasting plaats van het woon- en leefmilieu;
Belangen van derden, waaronder tevens begrepen de belangen van omliggende bedrijven, worden niet onevenredig geschaad.