Een belanghebbende kan bij het college van burgemeester en
wethouders een aanvraag indienen voor medewerking aan het in
exploitatie brengen van gronden.
Het college van burgemeester en wethouders verleent slechts
medewerking aan het op aanvraag van exploitant in exploitatie
brengen van gronden krachtens een exploitatieovereenkomst als
bedoeld in artikel 7, met dien verstande dat lid 2 van voornoemd
artikel in dat geval niet van toepassing is.
Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd:
een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te
brengen onroerende zaken;
gegevens, waaruit blijkt dat de belanghebbende
genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
van de in exploitatie te brengen onroerende zaken is of
kan worden;
gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen
(bouw)werkzaamheden;
Het college van burgemeester en wethouders kan in daartoe strekkende
gevallen gegevens verlangen waaruit blijkt dat de exploitant financieel
in staat is tot exploitatie van de betreffende gronden over te gaan en
hiertoe de benodigde zekerheden kan stellen.
Ingeval door het college van burgemeester en wethouders een
aanvraag voor een bouwvergunning, eventueel in combinatie met
een aanvraag voor vrijstelling, wordt ontvangen, waarbij in
geval van verlening van de vrijstelling en/of bouwvergunning van
gemeentewege voorzieningen van openbaar nut moeten worden
getroffen, wordt hiervan zo spoedig mogelijk, doch in ieder
geval voor de beslissing op de aanvraag mededeling gedaan aan de
aanvrager. Daarbij zal een zo nauwkeurig mogelijke raming van de
voor rekening van de exploitant komende kosten, verband houdende
met het in exploitatie brengen van gronden, worden verstrekt.
Tevens zal daarbij de aanvrager de gelegenheid worden gegeven
tot het indienen van een aanvraag voor medewerking.
Het college van burgemeester en wethouders reageert op de
aanvraag om medewerking, hetzij met een aanhouding als bedoeld
in artikel 9, hetzij met een weigering als bedoeld in artikel
10, hetzij met de aanbieding van een concept-overeenkomst,
binnen zes maanden na de dag waarop het verzoek is ontvangen.
De bepalingen in Hoofdstuk 2 van deze Verordening zijn
overeenkomstig van toepassing, een en ander voor zover in deze
Verordening niet anders is bepaald.
HOOFDSTUK 3
Artikel 8
Indiening aanvraag voor medewerking
Onderdeel van Verordening houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden