In diverse tijdelijke delen van het Omgevingsplan Tilburg waaronder voor een groot deel in het tijdelijk deel van het Omgevingsplan Tilburg “Tilburg, Parkeerregeling 2017” is opgenomen dat grond alleen bebouwd mag worden wanneer er voldoende parkeergelegenheid aanwezig is ten behoeve van het parkeren of stallen van (motor)voertuigen. Dit betekent dat op eigen terrein dient te worden voorzien in voldoende parkeervoorzieningen voor motorvoertuigen, (brom)fietsen, scooters, et cetera.
Om te bepalen wat voldoende parkeervoorzieningen voor (motor)voertuigen zijn, wordt in het omgevingsplan aangegeven dat moet worden voldaan aan de parkeernormen en rekenmethode zoals neergelegd in de nota Parkeernormen Tilburg 2017, ofwel diens meeste recente opvolger. Onderhavige Nota Parkeernormen 2026 is de meest recente opvolger. Randvoorwaarde is dat de parkeercapaciteit op eigen terrein ook in stand wordt gehouden en niet mag worden opgeofferd voor andere doeleinden. Eveneens dienen de bedoelde parkeerplaatsen afmetingen te hebben die afgestemd zijn op gangbare (motor)voertuigen. Wat de gemeente Tilburg ‘voldoende’ acht voor motorvoertuigen, (brom)fietsen, scooters, e.d., staat in deze Nota Parkeernormen 2026 omschreven. Daarbij moet onder ‘parkeernormen en rekenmethode’ worden verstaan de parkeernorm waarbij rekening wordt gehouden met de rekenmethode dubbelgebruik, de regeling ‘oud’ voor ‘nieuw’ en (wanneer van toepassing) deelmobiliteit te weten de parkeerbehoefte (zie verder hoofdstuk 3 en 4).
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2
Artikel 2.2.1
Uitwerking eis uit Omgevingsplan Tilburg
Onderdeel van Nota Parkeernormen 2026