Als bovenstaande voorwaarden bij A. zijn getoetst, worden er nadere afwegingen gemaakt om grond uit te geven. Indien op basis van onderstaand afwegingskader geen waarden aan de betreffende grond of groenstrook worden toegekend, komt de grond in beginsel in aanmerking voor verkoop of verhuur:
B1 Stedenbouwkundige context en/of groenstructuur
Zodra blijkt dat de groenstrook geen onderdeel uitmaakt van de stedenbouwkundige opzet van de wijk en/of de groenstrook niet een (grote) meerwaarde levert aan de woon- en leefomgeving ervan, is uitgifte in principe aanvaardbaar. Hierbij wordt meegewogen of de buurt versteend is en de groenstrook bijdraagt aan een groene, leefbare en gezonde wijk of buurt. In dat geval ziet de gemeente van verkoop of verhuur af.
B2 Ruimtelijke kwaliteit
Als bepaald wordt dat de grond of de groenstrook niet van belang is voor de ruimtelijke kwaliteit van de openbare ruimte en/of niet bestaat uit beeldbepalend groen, is uitgifte in principe acceptabel.
Hiernaast wordt ook beoordeeld of de groenstrook in het (uit)zicht van omringende woningen ligt en/of een afschermende werking heeft (zoals parkeerplaatsen, transformatorhuisjes). De groenstrook kan ook doorzicht bieden op achterliggend (open) landschap. In deze specifieke gevallen wordt de grond in beginsel niet uitgegeven.
B3 Klimaat, water, milieu en energie
Mocht de grond of de groenstrook geen (toekomstige) bijdrage leveren aan klimaatadaptatie (verlaging hittestress), de beperking van wateroverlast (geen extra verharding) of de verbetering van het milieu (binding fijnstof) dan is verkoop of verhuur in beginsel mogelijk. Dat geldt ook zodra de grond geen rol van betekenis heeft voor (toekomstige) energietransitie (bijvoorbeeld: buurtbatterijen, verzwaring netwerken, trafo’s).
B4 Aanwezige niet beschermde bomen
Indien de groenstrook niet van belang is voor bomen (door de afwezigheid ervan) en/of niet van belang is voor de groeistandplaats van bomen is uitgifte in principe mogelijk.
De (ondergrondse) groeiruimte en de toekomstverwachting van de boom worden hierbij meegenomen.
B5 Verkeer en verkeersveiligheid
Door de uitgifte van het perceel mag de verkeersveiligheid niet in het geding komen. Verkoop of verhuur mag niet leiden tot onoverzichtelijke situaties. Hierbij kan worden gedacht aan vrije zichthoeken of juist aan verkeersbegeleiding door groen langs wegen, fiets- en voetpaden. Het is ook niet toegestaan om gemeentegrond om te bouwen tot een parkeerplaats. Een ander uitgangspunt is dat (potentiële) parkeerplaatsen niet worden verkocht. Verder mag verkoop van grond niet leiden tot een grotere parkeerdruk.
B6 Beheerbaarheid en openbaar groen met verbinding tot water
Uitgifte van de grond mag niet leiden tot ondoelmatig en inefficiënt beheer van mogelijke reststroken die niet voor verkoop of verhuur in aanmerking komen. Ook mag de verkoop van grond er in beginsel niet toe leiden dat gemeentelijke eigendommen worden ingesloten en daardoor onbereikbaar en niet te beheren zijn.
Verder blijft openbaar groen met verbinding tot steigers en langs waterlopen vanwege de bereikbaarheid en (ecologisch) beheer in principe door de gemeente ingericht en beheerd, ook om eventueel toekomstige omvorming tot natuurvriendelijke oevers mogelijk te maken.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1.
Artikel 2.1.B.
Nadere afwegingen voor uitgifte van grond
Onderdeel van Beleidsnotitie Aanpak Oneigenlijk Grondgebruik en Uitgifte Snippergroen Breda 2025