Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 10

Bevoegdheden bestuur

Onderdeel van Gewijzigde tekst Gemeenschappelijke regeling Duo+

1.. Alle bevoegdheden bij of krachtens enige wet van toepassing op de bedrijfsvoeringsorganisatie komen toe aan het bestuur. 2.. Naast de uitoefening van de taken en bevoegdheden op grond van het elders in deze regeling bepaalde is het bestuur in elk geval belast met en bevoegd tot: het vaststellen en wijzigen van de begroting; het vaststellen van de jaarrekening; het vaststellen van de kadernota; het vaststellen van bestuursrapportages; het vaststellen van de benodigde verordeningen en nota’s ten behoeve van Duo+; de aanwijzing van een of meer accountants, bedoeld in artikel 35, zesde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen juncto artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet; het beheer van de inkomsten en uitgaven van Duo+; het vaststellen van rechtspositionele regelingen; benoeming, schorsing en ontslag van het personeel van Duo+, waaronder tevens de directeur en diens plaatsvervanger; het vaststellen van kaders voor de organisatie in de vorm van een organisatieregeling; het bepalen van toetredingsvoorwaarden, het doen van voorstel tot een uittredingsregeling alsmede het regelen van de gevolgen van uittreding; het voeren van rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratieve beroepsprocedures, het instellen van bezwaar en beroep alsmede het vragen om een voorlopige voorziening; het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen ten behoeve van de in artikel 4 van deze regeling opgedragen taken van Duo+; het behartigen van de belangen van Duo+ bij andere overheden, instellingen, bedrijven of personen. 3.. Het bestuur neemt alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit van Duo+. 4.. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot de oprichting van of deelname in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperaties en verenigingen, dan wel tot de ontbinding daarvan of beëindiging van deelneming daaraan. Het bestuur maakt slechts van deze bevoegdheid gebruik indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang en niet voordat de raden een ontwerp is toegezonden en zij in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het bestuur te brengen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel