Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.5

Plichten

Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer Uithoorn 2026

Doorgeven wijzigingen Ouders geven wijzigingen door die van invloed kunnen zijn op de vervoersvoorziening waarvan zij gebruik maken. Individuele aanpassingen in het vervoer kunnen van grote invloed zijn op de hele vervoersplanning. Daarom wordt bij elke wijziging beoordeeld of deze in het vervoersplan past en op welke termijn deze wijziging doorgevoerd kan worden. Van invloed op de vervoersvoorziening zijn onder andere: wijziging in (het aantal) dagen vervoer; wijziging van het woonadres van de leerling, wijziging van het adres van de school of de schooltijden; wijzigingen die invloed hebben op het al dan niet kunnen begeleiden van leerlingen, zoals wijzigingen in werktijden en werkdagen of in de gezinssituatie. Gedragsregels in het aangepaste vervoer Ouders ontvangen aan het begin van het schooljaar van de vervoerder een digitaal boekje met daarin de spelregels van het aangepaste vervoer. Hierin staat wat leerlingen en ouders van de chauffeur en de vervoerder kunnen verwachten en wat de chauffeur en de vervoerder van leerlingen en ouders verwachten. Ontoelaatbaar gedrag in het aangepaste vervoer Tijdens het eerste gesprek wordt bekeken wat de leerling nodig heeft in het aangepaste vervoer om het vervoer zo veilig mogelijk te laten verlopen. Toch kan het gebeuren dat er sprake is van ontoelaatbaar of onacceptabel gedrag van de leerling, dat bedreigend of onhygiënisch is. Of van gedrag waarmee de leerling een gevaar voor zichzelf en/of anderen kan veroorzaken. Is er sprake van ontoelaatbaar gedrag? Dan doorloopt de vervoerder het protocol dat hiervoor geldt. Dit protocol is bij de ouders en bij de gemeente bekend. Mogelijke acties bij ontoelaatbaar gedrag Als een leerling zich ontoelaatbaar gedraagt, brengt het vervoersbedrijf ouders hiervan telefonisch op de hoogte. De vervoerder bespreekt met hen de oplossingsmogelijkheden om het gedrag in de toekomst te voorkomen. Het vervoersbedrijf brengt ook de gemeente op de hoogte van het gedrag. De ouders zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor het oplossen van ontoelaatbaar gedrag. Maar van het vervoersbedrijf wordt verwacht dat het zich inspant om tot een (kostenneutrale) oplossing te komen. Is er opnieuw sprake van ontoelaatbaar gedrag, wordt de gemeente opnieuw op de hoogte gesteld. De gemeente stelt vervolgens vast of ouders en het vervoersbedrijf stappen hebben gezet om tot een oplossing te komen. Wanneer dit niet het geval is, wordt de verantwoordelijkheid om te komen tot een oplossing teruggelegd bij ouders en het vervoersbedrijf. Wanneer dit wel het geval is, besluit de gemeente in samenspraak met de vervoerder en de ouders of er een gezamenlijk gesprek gewenst is om tot een oplossing te komen. De gemeente biedt de ouders in elk geval de mogelijkheid om hier passende ondersteuning bij te vragen. In samenspraak met ouders, school, en vervoerder besluit de gemeente wat de best passende oplossing is. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld een andere zitplaats, begeleiding van de leerling door ouders in het vervoer of een andere wijze van vervoer. De gemeente maakt bindende afspraken met ouders en het vervoersbedrijf over ieders inzet om het aangepast vervoer veilig te houden voor iedereen. Wanneer afspraken niet nagekomen worden, kan dit een (tijdelijke) uitsluiting tot gevolg hebben. Wanneer bovenstaande niet leidt tot afname van het ontoelaatbare gedrag , neemt de vervoerder opnieuw contact met de gemeente op om de vervolgstappen te bespreken. Dit kan leiden tot een officiële waarschuwing of zelfs tot een (tijdelijke) uitsluiting van het vervoer. Dit besluit wordt genomen door de gemeente. Hierbij wordt rekening gehouden met de veiligheid van de leerling, van de andere leerlingen en van de chauffeur. Tijdens uitsluiting worden alternatieven onderzocht. Zolang deze er niet zijn, blijven ouders verantwoordelijk voor het schoolbezoek van hun kind.

Rechtspraak bij dit artikel