Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van een kleinschalige windturbine op een dak van een hoofdgebouw, mits:
het een windturbine met een verticale as betreft;
de cumulatieve geluidsproductie van het bouwwerk waarop de windturbine wordt geplaatst, te meten op de erfgrens, ná plaatsing van de turbine niet de 40 dB overschrijdt;
de kleurstelling van de windturbine niet contrasteert met de kleurstelling van het hoofgebouw en de aangrenzende bebouwing en niet spiegelend of reflecterend is;
de windturbine slechts beperkt boven het hoogste punt van het dak uitsteekt, tot maximaal 10 procent van de nokhoogte van het gebouw;
Indien toepassing van de regel onder d het plaatsen van de windturbine onmogelijk maakt, geldt de nokhoogte plus 2 meter als maximale hoogte.
Hoofdstuk 4
Artikel 17
– Een kleinschalige windturbine op een dak
Onderdeel van Beleidsregels kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit gemeente Bunnik