Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 12:

Artikel 52

Artikel 52

Onderdeel van Regeling beheer en toezicht BRP en reisdocumenten

De werkzaamheden van de autorisatiebevoegde reisdocumenten omvatten ten minste: Het dagelijks (laten) controleren of de gegevens op de back-up tapes goed zijn weggeschreven, door het controleren van de logbestanden; Het indien nodig afhandelen van systeemsignalen; Het dagelijks (laten) opstarten van de aanvraagstations; Het na gebruik onmiddellijk (laten) opslaan van de opstartkaarten in de kluis in de kluisruimte; Het onderhouden van contact met de leverancier van de systemen; Het bekend maken van en toelichting geven over nieuwe of gewijzigde procedures binnen het RAAS of het rijbewijssysteem, in de richting van de betrokken medewerkers; Het toekennen, wijzigen en intrekken van autorisaties na overleg met beveiligingsfunctionaris reisdocumenten; Het bijhouden van een registratie van uitgereikte autorisaties en het afleggen van verantwoording hierover; Het aan de leverancier melden van diefstal, verlies of onzorgvuldig gebruik van identificatiekaarten; Het bijhouden van de registratie van ontvangen opstartkaarten; Het aan de leverancier melden van een defecte of verloren opstartkaart; Het opsturen van defecte opstartkaarten naar de leverancier; Het op juiste wijze laten archiveren van brondocumenten; Het periodiek uitvoeren van controles op het gebied van autorisaties, functioneel gebruik en correcte verslaglegging van handelingen.

Rechtspraak bij dit artikel