In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
woning: elk voor bewoning bestemd of feitelijk daarvoor gebruikt (deel van een) gebouw, bouwwerk (een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte) of complex van ruimten, zoals;
een woonkeet (een loods, keet of ander soortgelijk bouwwerk, bestemd om te voorzien in een behoefte aan woongelegenheid);
een woonwagen (voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst);
een woonboot;
lokaal: elk (deel van een) gebouw, bouwwerk (een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte) of complex van ruimten, al dan niet toegankelijk voor publiek en niet zijnde een woning, zoals een winkel, café, loods, schuur of bedrijfsruimte. Het feitelijk gebruik van het pand of complex van ruimten is bepalend en niet de uiterlijke kenmerken zoals de bouw en aanwezigheid van huisraad;
erf:
het bij een woning behorend erf en/of de zich daarop bevindende overige bebouwing, zoals schuren, loodsen, tuinhuizen, dierenverblijven, garages;
een bij een lokaal behorend erf en/of de zich daarop bevindende overige bebouwing. Een voor bewoning bestemde ruimte die niet gebruikt wordt als woning kan aangemerkt worden als lokaal;
sluiting: de burgemeestersbevoegdheid waarbij een woning en/of lokaal en/of bijbehorend erf gesloten wordt met toepassing van artikel 174a Gemeentewet;
wapen: voorwerpen die zijn aangewezen in artikel 2 van de Wet wapens en munitie;
spoedsluiting: een directe, tijdelijke sluiting van een woning of pand door de burgemeester, zonder dat de rechthebbende(n) van de woning of het lokaal (eigenaar, verhuurder, huurder, bewoner, exploitant) een begunstigingstermijn krijgt of een zienswijze kan indienen.
Hoofdstuk 2:
Artikel 2:1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregels wet Damocles en wet Victoria Landgraaf 2026