Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2:

Artikel 2:6

De B-grond

Onderdeel van Beleidsregels wet Damocles en wet Victoria Landgraaf 2026

1.. Artikel 174a lid 1 sub b Gemeentewet (de “b-grond”) geeft de burgemeester de bevoegdheid tot het sluiten van een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf indien door ernstig geweld, of bedreiging daarmee, in of in de onmiddellijke nabijheid van de woning of het lokaal of op het erf of in de onmiddellijke nabijheid van het erf, de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf ernstig wordt verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een zodanige verstoring. 2.. De “b-grond” vereist dat de openbare orde rond de woning of het lokaal ernstig is verstoord (of dat daartoe ernstige vrees bestaat) met als specifieke oorzaak ernstig geweld of bedreiging daarmee. 3.. Er is sprake van geweld in geval van een fysieke kracht die zo hevig is, dat zij geschikt schijnt het rechtsgoed in gevaar te brengen. Het is niet noodzakelijk dat het geweld gevolgen heeft gehad zoals verwonding van personen of beschadiging van goederen. 4.. Het geweld of de dreiging daarmee moet een bepaalde ernst in zich dragen. Het bekladden, bespuiten of gooien van eieren of soortgelijke voorwerpen naar een woning of lokaal, volstaat niet. Er moet bij toepassing van de “b-grond” vooral worden gedacht aan wapengeweld of daarmee op een lijn te stellen geweld, zoals geweld door brandstichting of geweld met een explosief of zwaar vuurwerk. 5.. De wet is aangescherpt wegens de problematiek van georganiseerde en ondermijnende criminaliteit en beschietingen, maar dat betekent niet dat het geweld moet voortkomen uit de georganiseerde en ondermijnende criminaliteit. De “b-grond” ziet net zo goed op (niet-limitatief) beschietingen, explosies, ontploffingen of het neerleggen van explosieven of zwaar vuurwerk wanneer dit geschiedt vanuit een andere context (bijvoorbeeld vanuit de relationele sfeer of om andere redenen). 6.. Het ernstige geweld of de dreiging daarmee moet hebben plaatsgevonden in de woning, in het lokaal, op het erf, of in de onmiddellijke nabijheid van die woning, het lokaal of het erf. 7.. De ‘onmiddellijke nabijheid’ omvat gedragingen op het trottoir of op de straat ter hoogte van of vlakbij de woning of bijvoorbeeld gedragingen in de tuin of voor de deur van de buren. Er moet daarbij wel een duidelijke connectie bestaan tussen de gedraging en de woning, het lokaal of het erf.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel