Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van begraafplaatsrechten 2008

1.. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: begraafplaats : de gemeentelijke begraafplaatsen; eigen graf : een graf, grafkelder daaronder begrepen, ten aanzien waarvan aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven of begraven houden van stoffelijke overschotten; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; algemeen graf : een graf bij de gemeente in beheer waarin aan eenieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van stoffelijke overschotten; eigen urnengraf : een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; algemeen urnengraf : een graf bij de gemeente in beheer waarin aan eenieder gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten en bijgezet worden van asbussen met of zonder urnen; eigen urnennis : een nis waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet worden van asbussen met of zonder urnen; urn : een voorwerp ter berging van één of meer asbussen; asbus : een bus ter berging van as van een overledene; grafbedekking : gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf, een verstrooiingsplaats of gedenkplaats; gedenkplaats : een plaats ingericht om overledenen te gedenken; beheersverordening : verordening op het beheer, het gebruik en de inrichting van de gemeentelijke begraafplaats. 2. . De in deze verordening genoemde rechten en van gemeentewege te verrichten diensten worden geacht te zijn verleend respectievelijk uitgevoerd op grond van de Beheersverordening begraafplaatsen Harderwijk 1997.

Rechtspraak bij dit artikel