**1..** De vergunninghouder dient bij beëindiging van zijn bedrijfsactiviteiten binnen één maand zijn in de gemeente aanwezige deelvoertuigen te verwijderen.
**2..** Van beëindiging van de bedrijfsactiviteiten van de vergunninghouder is sprake als:
De vergunninghouder zijn activiteiten binnen de gemeente beëindigt. In dat geval brengt de vergunninghouder de gemeente daarvan onmiddellijk schriftelijk op de hoogte;
De vergunninghouder geen noemenswaardige activiteiten meer laat zien;
De vergunninghouder in surseance van betaling verkeert dan wel failliet is verklaard. De vergunning wordt in dat geval geacht te zijn vervallen vanaf het tijdstip van schriftelijke kennisname door de gemeente;
De gemeente de vergunning intrekt.
**3..** Indien de vergunninghouder de deelvoertuigen niet adequaat verwijdert, kan de gemeente overgaan tot verwijdering en de daarmee gemoeide kosten in rekening brengen bij de vergunninghouder.
Hoofdstuk 2: › Paragraaf 2
Artikel 2.11
Verwijdering deelvoertuigen bij beëindiging van bedrijfsactiviteiten
Onderdeel van Nadere regels voor deelbakfietsen Amsterdam 2026