Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.

Aanvraag, gegevens en aanvultermijn

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, Ioaw, Ioaz en Bbz Ooststellingwerf 2026

1.. Een aanvraag voor bijstand wordt bij voorkeur digitaal met DigiD ingediend. 2.. In afwijking van het eerste lid kan een aanvraag ook schriftelijk ingediend worden. 3.. Overeenkomstig artikel 41 lid 2 van de wet worden de volgende aanvragen rechtstreeks bij het college ingediend: Bbz en Ioaz Aanvragen voor een dak – en thuislozen uitkering Een lopende uitkering waarbij sprake is van: Wijziging van norm of regeling Verblijf in inrichting Aanvragen waarvan de belanghebbende jonger is dan 18 jaar Aanvragen waarvan één van de partners ouder is dan de pensioengerechtigde leeftijd op het moment van aanvraag. 4.. In afwijking van het tweede lid wordt een aanvraag voor een dak- en thuislozen uitkering bij een centrumgemeente ingediend als de belanghebbende feitelijk niet in de gemeente Ooststellingwerf verblijft zoals bedoeld in artikel 40 van de wet. 5.. De termijn voor het inleveren van de gegevens of het verstrekken van inlichtingen die van belang zijn voor het verlenen van bijstand is minimaal 4 werkdagen en maximaal 20 werkdagen. Dit te rekenen vanaf de dagtekening van de aanvultermijn. 6.. De termijn genoemd in het vijfde lid kan worden verlengd als aannemelijk is dat er meer tijd nodig is. 7.. Het college bepaalt welke gegevens noodzakelijk zijn voor de vaststelling van het recht op bijstand, maar bevat minimaal een geldig identiteitsbewijs. Een bewijsstuk van een geldig identiteitsbewijs is niet nodig als de aanvraag overeenkomstig de werkwijze van het eerste lid is ingediend. 8.. Bij een eerste huisbezoek of als er gerede twijfel is over de identiteit, nationaliteit en/of verblijfsrecht dan kan het college in afwijking van het eerste en zevende lid een identiteitsbewijs eisen ter verificatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel